Op 1 januari 2021 is de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen ingegaan. Op basis van deze wet krijgen gepensioneerden onder andere het recht om onder strikte voorwaarden een bedrag ineens op te nemen van maximaal 10 procent van hun opgebouwde pensioen. Dit onderdeel van de wet is overigens nog niet ingegaan. Staatssecretaris Wiersma heeft op 12 oktober 2021 de Tweede Kamer geïnformeerd over aanpassingen in deze wet. In dit artikel zetten wij deze voorgestelde wijzigingen voor u uiteen. De aanpassingen zijn op de doelgroep, de uitkeringsreeks en de maand waarop het bedrag ineens zal worden uitbetaald.

De aangepaste regeling in het kort

Bepaalde deelnemers krijgen de mogelijkheid om het bedrag ineens tot uitbetaling te laten komen in de maand januari van het jaar volgend op het jaar waarin zij AOW-gerechtigd worden. Het gaat om deelnemers wiens pensioeningangsdatum ligt in de maand waarin zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en deelnemers wiens pensioeningangsdatum ligt op de eerste dag volgend op de maand waarin zij AOW-gerechtigd worden.

Doelgroep verkleind

De doelgroep wordt beperkt tot deelnemers van wie de pensioeningangsdatum ligt in de maand waarin zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken of op de eerste dag van de daaropvolgende maand. Zij krijgen de mogelijkheid om het bedrag ineens tot uitbetaling te laten komen in de maand januari van het jaar volgend op het jaar waarin zij AOW-gerechtigd worden. De uitstelregeling is niet meer toegankelijk voor deelnemers die hun pensioeningangsdatum hebben vervroegd naar een leeftijd voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De uitkeringsreeks: 90-10-90

Op het moment van pensioneren berekent de pensioenuitvoerder welk bedrag dan tot uitkering komt in die maand januari. Dit bedrag staat daarmee vast en wijzigt niet meer. Daarbij zal bij de periodieke pensioenuitbetaling uitgegaan worden van negentig procent van het pensioenkapitaal. De uitkeringsstroom ziet op 90-10-90 (90% periodieke uitkering – 10% bedrag ineens – 90% periodieke uitkering). De pensioenaanspraak blijft dus in omvang en in de loop van de tijd gelijk.

In het geval dat de inmiddels gepensioneerde deelnemer overlijdt na de pensioeningangsdatum en vóór de uitgestelde betaling van het bedrag ineens, zal een nabetaling plaatsvinden ter hoogte van de oorspronkelijke 100% pensioenuitkering minus de reeds uitbetaalde en al naar maximaal 90% verlaagde periodieke uitkeringen. Herrekening van de periodieke uitkeringen is onder het aangepaste voorstel niet meer nodig.

Maand van uitbetaling: lagere belastingdruk

Uitbetaling van het bedrag ineens vindt plaats in de maand januari volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt (dit was februari). Het uitstel van de uitkering van het bedrag ineens naar het jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd zorgt ervoor dat ontvangers geen AOW-premie zijn verschuldigd over het bedrag ineens. Hierdoor is de belastingdruk op het bedrag ineens lager.

Beoogde inwerkingtredingsdatum

De beoogde inwerkingtredingsdatum blijft nog steeds 1 januari 2023. De nu gekozen oplossing moet de complexiteit verminderen en geeft pensioenuitvoerders de tijd om dit keuzerecht zorgvuldig in te richten.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur