Als uw onderneming een bedrijfsmiddel met boekwinst verkoopt, moet u hierover belasting betalen. Gelukkig kunt u met de herinvesteringsreserve deze belastingheffing uitstellen als u het voornemen heeft om deze boekwinst te benutten voor een herinvestering. Reserveren van de boekwinst voor deze herinvestering kan in beginsel maximaal drie jaar. Dus is het oppassen als u in 2018 een bedrijfsmiddel met boekwinst heeft verkocht. In dit artikel gaan wij hier verder op in.

Herinvesteringsreserve (HIR)

De herinvesteringsreserve is een faciliteit waarbij u de boekwinst bij verkoop van een bedrijfsmiddel reserveert en deze afboekt op een ander aan te schaffen bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel wordt daardoor verlaagd met het bedrag van de HIR, wat betekent dat u er minder op kunt afschrijven. Zodoende betaalt u toch belasting over de boekwinst, maar nu gespreid over een lange termijn. De herinvesteringsreserve levert u dus een liquiditeitsvoordeel op.

Voornemen tot herinvestering

De herinvesteringsreserve kent een aantal voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde voor de vorming en instandhouding van de herinvesteringsreserve is dat uw onderneming doorlopend en aantoonbaar het voornemen heeft tot herinvesteren. Heeft uw onderneming dit voornemen niet, niet meer of niet aantoonbaar? Dan valt de herinvesteringsreserve direct in de winst en wordt deze alsnog vroegtijdig belast.

Reserveren in beginsel maximaal drie jaar

Als u aantoonbaar en doorlopend een voornemen tot herinvestering heeft, dan moet uw onderneming de boekwinst  in beginsel uiterlijk in het derde jaar na verkoop van uw bedrijfsmiddel afboeken op een nieuw aan te schaffen bedrijfsmiddel. Gebeurt dit niet, dan valt de boekwinst na het derde jaar in de winst en betaalt u er belasting over.

Uitzonderingen

Het voorgaande betekent dat de HIR die u vormde bij verkoop van bedrijfsmiddelen in 2018 aan het eind van dit jaar vrijvalt. Gelukkig zijn er uitzonderingen mogelijk. U hoeft namelijk niet binnen drie jaar te herinvesteren als dat door de aard van het bedrijfsmiddel niet mogelijk is. Denk aan een machine waarvoor u diverse vergunningen nodig heeft. Een andere uitzondering kan zich voordoen als door bijzondere omstandigheden de uitvoering van de investering is vertraagd. Er moet dan wel een begin van uitvoering zijn gemaakt.

Coronacrisis

De coronacrisis wordt ook als bijzondere omstandigheid aangemerkt. Zijn investeringen door de coronacrisis vertraagd, is er wel een begin van uitvoering gemaakt met de investering en kunt u een en ander aannemelijk maken, dan valt een HIR uit 2018 dit jaar dus niet in de winst. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt deze uitzondering ruimhartig toe te passen. Alle andere voorwaarden blijven overigens gewoon van toepassing.

Let op! In alle andere gevallen valt een HIR uit 2018 op het eind van dit jaar dus wel in de winst.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur