De Vlaamse regering heeft recent een akkoord bereikt over de verlaging van de schenkbelasting voor onroerend goed, dé grote blikvanger van de Vlaamse begrotingscontrole 2015. Tot voor kort was het schenken van vastgoed vrij duur en bijgevolg niet erg geliefd.

Met deze maatregel hoopt men enerzijds meer inkomsten voor de Vlaamse schatkist te genereren en anderzijds de bouwsector te stimuleren. De schenkbelasting wordt immers extra verlaagd als  de woning energie-efficiënt gerenoveerd wordt binnen de drie jaar na de schenking.

De nieuwe tarieven zijn enerzijds afhankelijk van de waarde van de schenking en anderzijds van graad van verwantschap tussen schenker en begunstigde. Wat de verwantschap betreft, zal er enkel nog een onderscheid gemaakt worden tussen tarief rechte lijn en partners en tarief niet-rechte lijn. Deze tarieven treden in werking vanaf het ogenblik dat het decreet goedgekeurd is door het Vlaams Parlement.

Om de nieuwe schenkingsrechten te uniformiseren, heeft men gebruik gemaakt van eengemaakte schalen voor alle categorieën.

In Vlaanderen geldt tot eind 2019 een verlaagd schenkingstarief (2% lager dan de schenking van ander vastgoed) voor het schenken van bouwgrond in rechte lijn of tussen partners en dit op de eerste schijf tot € 150.000. De verplichting om binnen de 5 jaar na datum akte bouwen, blijft gelden. 

Voor de schenkbelasting geldt dezelfde regel van progressievoorbehoud als in de erfbelasting. Wie een onroerend goed geschonken krijgt waarvan de schenker binnen de 3 jaar overlijdt, wordt geconfronteerd met een zogenaamd ‘opduweffect’ in de erfbelasting. Anderzijds betekent dit ook dat men om de 3 jaar nieuwe onroerende schenkingen kan doen aan lage tarieven. Hierop bestaat 1 uitzondering in Vlaanderen: voor het schenken van een bouwgrond geldt geen progressievoorbehoud.

Voorbeeld: Een echtpaar, gehuwd onder het wettelijk stelsel, bezit 2 appartementen met een waarde van € 400.000 per appartement en wenst aan elk van hun beide dochters een appartement te schenken.

Indien de ouders op dit moment het vastgoed aan hun dochters schenken, zal er een totale schenkbelasting van € 70.500 moeten betaald worden. Voor elk van de dochters moet er dus € 35.250 betaald worden.

In het geval dat de dochters het vastgoed zouden vererven, bij gelijktijdig overlijden van beide ouders, zou er een totale erfbelasting van € 60.000 moeten betaald worden. Voor elk van de dochters moet er dus € 30.000 betaald worden. Vererven blijkt € 10.500 voordeliger te zijn dan een schenking te ontvangen.

Schenken de ouders het vastgoed in de toekomst aan hun dochters, met of zonder energie-efficiënte renovatie, dan zal de totale schenkbelasting beperkt worden tot € 30.000 respectievelijk € 36.000. Schenken blijkt in de toekomst tot € 30.000 voordeliger te zijn dan te vererven.

Er kan dus tot € 40.500 aan schenkbelasting bespaard worden indien men wacht met schenken totdat het decreet goedgekeurd is.

Conclusie

Daar waar vroeger meestal geen actie ondernomen werd met betrekking tot vastgoed, zal dit in de toekomst wel vaker geadviseerd worden. Een verlaging van de schenkingsrechten voor onroerend goed kan voorzichtig als een win-win beschouwd worden: zowel de economie als verschillende generaties zullen er op korte termijn wel bij varen.

*Bron: Moore Stephens Belgium.