Heeft of verwacht u verrekenbare verliezen in de vennootschapsbelasting? Bekijk dan tijdig de gevolgen van de gewijzigde verliesverrekeningsregels. De regels worden verruimd, maar ook beperkt vanaf 1 januari 2022. We zetten de regels en waar u op moet letten voor u uiteen.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het verrekenen van verliezen?

  • Vanaf 1 januari 2022 zijn verliezen in tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar (voorwaartse verliesverrekening).
  • De achterwaartse verliesverrekeningstermijn blijft één jaar.
  • Tegelijkertijd zijn vanaf die datum verliezen in omvang beperkt verrekenbaar: voor zover de belastbare winst meer bedraagt dan € 1 miljoen, is 50% beschikbaar om de verliezen mee te verrekenen.

Als uw onderneming dus een belastbare winst van € 1 miljoen of lager behaalt, dan heeft uw onderneming volgend jaar recht op volledige verliesverrekening.

Verruiming verliesverrekeningsregels: onbeperkt in de tijd

Nu geldt voor de achterwaartse verliesverrekening nog een termijn van één jaar en voor voorwaartse verliesverrekening een termijn van zes jaar. Dat verliezen vanaf 1 januari 2022 in de tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zullen zijn, is een verruiming ten opzichte van de huidige regels.

Beperking verliesverrekeningsregels Vpb: beperkt in omvang

Onder de huidige regels zijn verliezen in omvang onbeperkt verrekenbaar. Daardoor is het bij voldoende verliezen mogelijk om winsten jarenlang tot nihil te verminderen en daardoor geen vennootschapsbelasting te betalen. De wijzigingen moeten leiden tot een meer geleidelijke verliesverrekening en daarmee stabielere belastinginkomsten.

Daarom zijn verrekenbare verliezen vanaf 2022 in een jaar tot een bedrag van € 1 miljoen volledig verrekenbaar met de winst. Boven de € 1 miljoen is het verlies verrekenbaar met 50% van de resterende belastbare winst van dat jaar. Op die manier is, ondanks de aanwezigheid van compensabele verliezen, toch vennootschapsbelasting verschuldigd. Deze beperking is vanaf 2022 ook van toepassing op de in termijn ongewijzigde achterwaartse verliesverrekening van één jaar. Een verlies dat door de voorgestelde beperking in een jaar niet volledig voorwaarts of achterwaarts verrekenbaar is, wordt wel doorgeschoven. Het kan dan in volgende jaren met inachtneming van dezelfde beperking worden verrekend.

Geen overgangsrecht

Er is geen overgangsrecht. De wijzigingen zijn daarom van toepassing op verliezen die stammen uit boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013. Deze verliezen gaan dus niet meer verloren, maar de verrekening per jaar wordt wel in omvang beperkt. Verliezen uit boekjaren die zijn aangevangen voor die datum zijn door het verstrijken van de termijn in 2021 niet meer verrekenbaar.

Heeft u nog verliezen van voor 2013 of bedraagt de omvang van uw verliezen meer dan € 1 miljoen? Dan adviseren wij om goed na te gaan of u in 2021 nog optimaal gebruik kan maken van de oude regeling.

Houdsterverliesregeling afgeschaft

Per 1 januari 2019 is de houdsterverliesregeling afgeschaft. Er geldt een overgangsregeling. De wijzigingen gaan ook gelden voor houdster- en financieringsverliezen die onder deze regeling vallen. Ook deze verliezen zijn dus tot een bedrag van € 1 miljoen volledig en daarboven slechts tot een bedrag van 50% van de belastbare houdster- of financieringswinst verrekenbaar. Daarbij blijft de regel gelden dat deze slechts verrekenbaar zijn met houdster- of financieringswinsten. Overigens bestaan er mogelijkheden om op basis van een recent arrest deze verliezen toch te verrekenen.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur