Het verrichten van een medische dienst is in beginsel vrijgesteld van btw, maar het uitlenen van medisch personeel is in beginsel belast met (21%) btw. Waar wordt dit verschil door veroorzaakt? De Hoge Raad oordeelde in 2014 en 2017 over beide situaties. Wij zetten voor u uiteen wat dit betekent.

Wel of geen btw voor medisch personeel?

Op 13 juni 2014 oordeelde de Hoge Raad dat diensten, verricht door een maatschap van operatieassistenten en anesthesiemedewerkers aan het ziekenhuis, zijn aan te merken als medische verzorging en niet als het uitlenen van personeel. De medische vrijstelling was van toepassing en de diensten waren zodoende vrijgesteld van btw.

De Staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes benadrukte op 9 juli 2014, in een Kamerbrief over diverse btw onderwerpen, een belangrijke voorwaarde voor de vrijstelling. Deze voorwaarde is dat er geen sprake mag zijn van een overeenkomst waaruit een verhouding van ondergeschiktheid bestaat tegenover het ziekenhuis. Uitzendbureaus die medisch personeel tegen vergoeding uitlenen blijven btw verschuldigd over het uitlenen van personeel.

De Hoge Raad heeft op 11 augustus 2017 deze zienswijze van de Staatssecretaris bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat het uitlenen van artsen aan ziekenhuizen door een besloten vennootschap bij wie die artsen in dienst zijn, niet onder de medische vrijstelling valt.

Verhouding van juridische ondergeschiktheid is bepalend

Wanneer je beide situaties naast elkaar legt, wordt duidelijk dat het wel of niet aanwezig zijn van een verhouding van juridische ondergeschiktheid doorslaggevend is. Meer specifiek de ondergeschiktheid van de medici aan de uitlenende dan wel inlenende partij.

In de casus uit 2014 behielden de medici als maten van de maatschap hun zelfstandigheid en waren zij niet ondergeschikt aan de uitlenende of inlenende partij (de maatschap of het ziekenhuis). De maatschap verrichtte hierdoor van btw vrijgestelde medische diensten.

In de casus uit 2017 waren de medici als personeel juridisch ondergeschikt aan de uitlenende partij (de BV). Bovendien verrichtten zij hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en voor risico van de inlenende partij (het ziekenhuis). De BV verrichtte hierdoor geen medische diensten, maar leende personeel uit en dat is belast met btw.

Verricht u medische diensten of leent u personeel uit?

In de praktijk zien we steeds vaker dat een overeenkomst van opdracht wordt opgesteld waarbij de dienstverrichter verantwoordelijk is en blijft voor de medische dienstverlening. Van ondergeschiktheid ten opzichte van de inlenende partij is dan vaak geen sprake. De Hoge Raad heeft echter duidelijk gemaakt dat er ook geen sprake mag zijn van ondergeschiktheid van de medici aan de uitlenende partij. Zoals via een arbeidsovereenkomst bij een uitzendbureau.

Pas bij het ontbreken van verhoudingen van ondergeschiktheid kan sprake zijn van btw vrijgestelde medische dienstverlening, mits uiteraard aan de overige voorwaarden van de vrijstelling wordt voldaan. Meer informatie hierover hebben wij opgenomen in een uitgebreid kennisdocument over de medische vrijstelling.

Tip: er zijn nog andere mogelijkheden voor het ‘zonder btw’ verdelen of in rekening brengen van personeelskosten in de zorg, zoals de vrijstelling voor structurele uitlening van personeel of het gebruik van potovereenkomsten met gedeeld werkgeverschap. Vraag uw adviseur naar de mogelijkheden in uw specifieke situatie.

Geschreven door:

Belastingadviseur Henk van Assen

Henk van Assen LL.M.

Belastingadviseur en btw specialist