De vergoeding die vrijwilligers belastingvrij mogen ontvangen blijft in 2022 onveranderd. Dit betekent dat een vrijwilliger sinds 1 januari 2021 maximaal € 180 belastingvrij per maand kan ontvangen voor de verrichte diensten, met een maximum van € 1.800 per jaar. Lees hier hoeveel u onbelast kunt uitkeren aan uw vrijwilligers in uw situatie.

De vrijwilligersregeling

U kunt vrijwilligers die binnen uw organisatie vrijwilligerswerk doen, een belastingvrije vergoeding geven. In 2022 bedraagt die onbelaste vrijwilligersvergoeding per vrijwilliger maximaal € 180 per maand en € 1.800 per jaar. Over vrijwilligersvergoedingen tot dat bedrag zijn geen belastingen en premies verschuldigd.

Let op! Je moet naar beide bedragen kijken. Betaal je twaalf maanden € 180 per maand, dan overschrijdt u het maximale belastingvrije bedrag.

Voorwaarden onbelaste vergoeding vrijwilligers

Om gebruik te kunnen maken van de fiscale regels voor een onbelaste vrijwilligersvergoeding moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Uw organisatie:
    – Valt niet onder de vennootschapsbelasting (Vpb) of is daarvan vrijgesteld.
    – Is een sportvereniging of sportstichting.
    – Is een algemeen nut beogende instelling (ANBI).
  • De vrijwilliger is niet bij u in dienst.
  • De vrijwilliger voert de werkzaamheden niet uit voor zijn beroep.
  • De vergoeding die de vrijwilliger krijgt voor het werk is een vergoeding die niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk.

Let op! Een dienstbetrekking kan worden voorkomen door gebruik te maken van een modelovereenkomst vrijwilligerswerk. De werkzaamheden moeten dan wel conform de overeenkomst worden uitgevoerd. 

Vergoeding vrijwilligers per uur

Komt de totale vergoeding niet boven maximaal € 180 per maand en € 1.800 per jaar uit, dan is in 2022 een uurvergoeding van maximaal € 5 onbelast. Voor vrijwilligers onder de 21 jaar is dat € 2,75. Wanneer u de vrijwilliger per activiteit betaalt, moet u de vergoeding omrekenen naar een uurvergoeding en deze toetsen aan de maximale bedragen per maand en per jaar.

Wanneer opgeven aan de Belastingdienst?

Als de vergoeding van uw werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten boven de genoemde maximum normbedragen uitkomen, moet u deze opgeven bij de Belastingdienst. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoedingen; dus ook voor zaken als reiskostenvergoeding of verstrekte sportkleding. Zodra de maximale bedragen worden overschreden, moeten zowel u als de vrijwilliger de kosten kunnen aantonen en verantwoorden. Het is van belang een administratie bij te houden van de vrijwillig gewerkte uren en de gemaakte kosten. De hogere vergoeding moet worden opgegeven bij de aangifte Inkomstenbelasting. De vergoeding is echter alleen onbelast als u de vergoeding betaalt om de kosten te vergoeden die de vrijwilliger heeft gemaakt voor het uitvoeren van het vrijwilligerswerk.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur