Mocht u van plan zijn om toe te treden tot een VOF of een CV als (beherend) vennoot, dan doet u er goed aan om vooraf onderzoek te doen naar de schuldenpositie van de vennootschap. Daarnaast is het aan te raden om garantiebedingen van de overige vennoten vast te leggen en afspraken te maken over de onderlinge draagplicht ten aanzien van reeds bestaande schulden.

Uitspraak Hoge Raad

In de praktijk is gebleken dat de positie van de nieuwe vennoot ten aanzien van schulden van vóór de toetreding juridisch niet altijd duidelijk was. De Hoge Raad heeft aan deze onduidelijkheid in een arrest van 13 maart 2015 een einde gemaakt. De uitspraak stelt dat een vennoot ook aansprakelijk is voor schulden die zijn ontstaan vóórdat deze vennoot is toegetreden. Een onderzoek vooraf en goede afspraken met de andere vennoten kunnen dus een hoop problemen voorkomen.

Onderbouwing

Hoe komt de Hoge Raad tot dit oordeel? De regels voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van vennoten van een VOF of CV staan omschreven in het Wetboek van Koophandel. Daarin wordt de aansprakelijkheid volgens de Hoge Raad niet beperkt tot verbintenissen van de vennootschap die zijn ontstaan nadat een vennoot tot de vennootschap is toegetreden. Verder brengt de strekking van deze bepalingen volgens de Hoge Raad met zich mee dat de hoofdelijke verbondenheid van de vennoten alle schulden betreft die ten tijde van hun toetreding tot de vennootschap bestaan, of nadien zijn ontstaan.

Bescherming schuldeisers

Deze wettelijke bepalingen hebben als doel de schuldeisers van een VOF of CV te beschermen in de situatie dat het vermogen van de vennootschap ontoereikend is om aan alle verplichtingen van de vennootschap te voldoen. In die gevallen kunnen de schuldeisers dus alle vennoten afzonderlijk aanspreken. Vaak wordt de vennoot aangesproken waar het meeste te halen valt.

Voor de schuldeiser is deze uitspraak goed nieuws. Dit biedt hem immers een ruimere verhaalsmogelijkheid.

Vanzelfsprekend kunnen onze adviseurs u bijstaan wanneer u toetreedt in een VOF of CV.