Tot 2015 konden buitenlands belastingplichtigen kiezen voor een behandeling als binnenlands belastingplichtige. Vanaf 2015 kunt u gebruik maken van een aantal voordelen, als u voldoet aan de voorwaarden om als kwalificerende buitenlands belastingplichtige gekenmerkt te worden.

De voorwaarden voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht

Om aangemerkt te worden als kwalificerende buitenlands belastingplichtige (KBB) moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • u moet inwoner zijn van een ander EU-land, EER-land, Zwitserland of de BES-eilanden; en
  • 90% of meer van uw wereldinkomen, waarbij ook inkomsten uit aanmerkelijk belang en (fictieve) inkomsten uit sparen en beleggen worden meegerekend, is belast in Nederland; en
  • u heeft een inkomensverklaring van de Belastingdienst van uw woonland.

Woont u echter in België en voldoet u niet aan de 90%-eis dan heeft u op basis van de non-discriminatie bepaling mogelijk toch recht op bepaalde aftrekposten en heffingskortingen.

De voordelen van kwalificerende buitenlandse belastingplicht

Op het moment dat u wordt aangemerkt als een KBB, brengt dit een aantal voordelen met zich mee. Zo heeft u recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als een inwoner van Nederland. Het recht op toepassing van het heffingsvrij vermogen geldt inmiddels ook voor niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Voorbeelden van in aanmerking te nemen aftrekposten zijn de hypotheekrenteaftrek, de persoonsgebonden aftrek en de aftrek uitgaven inkomensvoorziening. Let wel, van deze aftrekposten kan gebruik worden gemaakt voor zover hierop in het woonland geen recht bestaat. Verder is toerekening tussen partners onder voorwaarden mogelijk en is middeling van het inkomen van drie opeenvolgende jaren een optie.

Verschillen keuzemogelijkheid en KBB

Er zijn een aantal belangrijke verschillen tussen de keuzemogelijkheid (tot 1 januari 2015) en de KBB regeling (vanaf 1 januari 2015). Ten eerste is de KBB geen keuzemogelijkheid. Er wordt voldaan aan de voorwaarden of niet. Voldoet u niet aan alle voorwaarden, dan heeft u ook geen recht op de aftrekposten.

Daarnaast is de systematiek van aangifte doen en de berekening van verschuldigde belasting ook anders. Bij de keuzemogelijkheid werd het gehele wereldinkomen opgegeven en werd door Nederland voorkoming gegeven over het buitenlands inkomen. Bij de KBB wordt alleen het Nederlands inkomen aangegeven en in de Nederlandse heffing betrokken.

Verder is ook de reikwijdte van de KBB-regeling beperkter. Inwoners van bijvoorbeeld Curaçao, Aruba, Sint-Maarten en de VS voldoen niet aan de KBB, terwijl zij wel de keuzemogelijkheid hadden. Ook zijn de terugploegregeling en de inhaalregeling vervallen.

Buitenlands vermogen

Voor de 90%-grens wordt het totale inkomen berekend naar Nederlandse maatstaven. Aandachtspunt daarbij is onder meer het box 3 vermogen. Bijvoorbeeld spaargeld of beleggingen in het buitenland (of in Nederland) hebben invloed op de 90%-grens. Hierbij wordt voor de berekening van het box 3 inkomen uitgegaan van een fictief rendement. Dit box 3 inkomen kan ertoe leiden dat niet wordt voldaan aan de 90%-grens, zelfs als iemand zijn of haar volledige inkomen in Nederland verdient.

Voorbeeld

U woont in Duitsland, maar werkt in Nederland (loon € 60.000). Op uw spaarrekening in Duitsland staat € 300.000 en u heeft ook een eigen woning in Duitsland (aftrek eigen woning € 25.000). De vraag speelt op de hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning in Duitsland in mindering kan worden gebracht op het inkomen.

Nederlands inkomen/Totaal inkomen
Nederlands inkomen = € 60.000
Totaal inkomen = Nederlands inkomen + buitenlands inkomen box 1, box 2 en box 3

Buitenlands inkomen box 3

  • € 300.000 -/- € 30.000 = € 270.000 (vermogen -/- heffingsvrij vermogen (2018))
  • (€ 70.800 * 2,017%) + (€ 199.200 * 4,326%) = € 10.045

Totaal inkomen = € 60.000 + € 10.045 = € 70.045
Percentage Nederlands inkomen: € 60.000 / € 70.045 = 85,7%
Gevolg: in beginsel geen recht op aftrek eigen woning

Fiscaal partner van een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige

Indien een buitenlandse belastingplichtige een fiscaal partner heeft, zijn drie opties mogelijk.

  • Er wordt gezamenlijk voldaan aan de 90%-grens. Beide partners voldoen individueel aan de voorwaarden, of er wordt aan de voorwaarden voldaan indien de inkomens van beide partners bij elkaar worden opgeteld. Vrije toerekening is mogelijk tussen de fiscale partners.
  • Er wordt niet gezamenlijk, maar wel door een van de partners individueel voldaan aan de 90%-grens. Vrije toerekening is niet mogelijk, aangezien een van de partners geen KBB is. In deze situatie is bijvoorbeeld 50% van de hypotheekrente aftrekbaar als de buitenlandse eigen woning 50% eigendom is van beide partners.
  • Er wordt door beiden niet voldaan aan de 90%-grens. Beiden zijn gewoon buitenlands belastingplichtig en er bestaat geen recht op de eerdergenoemde fiscale voordelen.

Europese jurisprudentie

De regeling staat al sinds de invoering behoorlijk onder druk. Met name de situatie waarin een buitenlandse belastingplichtige niet voldoet aan de 90%-grens, maar ook in het woonland bepaalde aftrekposten niet kan verwezenlijken. Zo is er in 2017 een arrest bij het Europese Hof van Justitie gewezen waarin een belastingplichtige die woonachtig was in Spanje 60% van zijn inkomen in Nederland had verdiend en 40% in Zwitserland. Hierin werd geoordeeld dat Nederland de negatieve inkomsten uit de eigen woning in Spanje pro rata in aftrek moet toestaan, omdat de aftrekpost niet in het woonland kan worden geclaimd. Het is hierbij niet van belang dat niet is voldaan aan de 90%-grens in Nederland.

Op basis van voorgaande Europese jurisprudentie kan naar onze mening, onder voorwaarden, ook recht bestaan op aftrek in Nederland als een buitenlandse belastingplichtige minder dan 90% van zijn inkomen in Nederland verdient. Belangrijkste voorwaarde daarbij is wel dat in het woonland van de belastingplichtige geen inkomen moet worden verdiend, dan wel sprake is van een zodanig gering inkomen (minder dan 10%), waardoor de aftrekpost niet kan worden geclaimd.

Beperking toepassing loonheffingskorting vanaf 2019

Vanaf 2019 kan het belastingdeel van de algemene heffingskorting, de jonggehandicaptenkorting, de ouderenkorting en de alleenstaande ouderkorting niet meer worden verrekend op de loonstrook van de werknemer. Via de aangifte inkomstenbelasting kan dit deel van de heffingskorting alsnog worden verkregen. Een KBB kan middels een voorlopige teruggaaf deze korting al wel eerder ontvangen, mits hij het jaar ervoor ook kwalificeerde en er niets in de situatie is gewijzigd.

Geschreven door:

Belastingadviseur Dirk van Oosterbosch

Dirk van Oosterbosch MSc

Belastingadviseur