De kogel is door de kerk! De Hoge Raad oordeelt dat de in 2017 ingegane regeling van het belasten van vermogen in box 3 in strijd is met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod. Wat dit arrest bijzonder maakt is dat de Hoge Raad rechtsherstel aanbiedt door over het werkelijke rendement belasting te heffen in plaats van over het fictieve rendement. Hierdoor kunt u mogelijk belasting terugkrijgen over uw heffingen in box 3. In dit artikel vertellen we u hier meer over.

Heffing box 3 op basis van ficties

Belastingplichtigen worden momenteel in box 3 niet op basis van de werkelijke inkomsten uit hun vermogen belast. In plaats daarvan wordt op basis van een tweetal ficties dit belastbare inkomen bepaald.

  1. De veronderstelde vermogensmix.
    Wie een klein vermogen heeft, wordt verondersteld dit voor twee derde gedeelte te sparen en voor een derde te beleggen in overig vermogen. Naarmate het vermogen stijgt, verandert de veronderstelde vermogensmix.
  2. De veronderstelde rendementen per soort vermogen.
    Voor spaargeld en het overige vermogen wordt jaarlijks een gemiddeld rendementscijfer vastgesteld op basis van gegevens uit voorafgaande jaren. Het cijfer voor spaargeld is steeds relatief laag en dat voor overige vermogen relatief hoog.

Volgens de wetgever zal iemand met meer vermogen eerder gaan beleggen en waarschijnlijk dus meer rendement behalen. Vooral bij spaarders leiden deze ficties in de praktijk tot een veel hoger box 3 inkomen dan de werkelijke inkomsten die zij hebben genoten.

Onredelijke verhouding: uitvoerbaarheid, realiteit en opbrengst

De Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechter, is van mening dat door dit systeem met gestapelde ficties een onredelijke verhouding bestaat tussen de belangen van de wetgever en het verschil tussen beleggers met een positief en een negatief rendement. Belastingplichtigen met een negatief rendement ervaren hierdoor namelijk een relatief zware belastingschuld.

Rechtsherstel: introductie belastingheffing werkelijk rendement box 3

In eerdere zaken over box 3 oordeelde de Hoge Raad dat het rechtstekort door de wetgever moet worden opgelost. Dit keer corrigeert de Hoge Raad in zijn uitspraak de belastingheffing in box 3 door niet uit te gaan van het veronderstelde rendement op het vermogen, maar van het werkelijk behaalde rendement. Een unicum! Waarschijnlijk is de reden hiervoor dat de invoering van een heffing in box 3 op basis van werkelijk rendement pas in 2025 kan worden verwacht.

Massaal bezwaar: belastingteruggave box 3

De uitspraak van de Hoge Raad komt voort uit een zogenaamde massaal bezwaarprocedure. Dit heeft tot gevolg dat de Belastingdienst nu kan gaan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaal bezwaar. Dit betreft degenen die op dezelfde gronden bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingheffing in box 3. Omdat de Hoge Raad in dit het arrest niet aangeeft op welke wijze het werkelijk rendement moet worden berekend, is op dit moment veel onduidelijk hoe de exacte afwikkeling en berekening van de belastingteruggave eruit zal komen te zien. Daarnaast is het de vraag of de politiek zich geroepen voelt om de groep belastingplichtigen die geen bezwaar hebben aangetekend ook te gaan compenseren. Wij houden u uiteraard op de hoogte van deze ontwikkelingen.

Versnelling van de wetswijziging box 3?

In het regeerakkoord was afgesproken dat vanaf 2023 de eerste wijzigingen voor box 3 worden ingevoerd. Met ingang van 2025 zou er een stelsel moeten komen op basis van werkelijk rendement. Wij verwachten dat dit proces versneld zal gaan worden. Anders zullen alleen de belastingplichtigen die baat hebben bij een belastingheffing naar werkelijk rendement de komende tijd gebruik maken van dit arrest.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur