Als een werknemer meerdere auto’s van de zaak krijgt, moet de werknemer ook voor meerdere auto’s bijtelling betalen. Er zijn echter een paar uitzonderingen, waardoor niet voor alle auto’s bijtelling hoeft worden betaald. In dat geval geldt alleen de bijtelling voor de auto met de hoogste bijtelling. We zetten de regels en uitzonderingen rond de bijtelling voor meerdere auto’s voor u uiteen.

Update: De Belastingdienst meldde eerder dat de bijtelling voor werknemers met meerdere auto’s van de zaak met ingang van 2021 wordt gewijzigd. Inmiddels is bekendgemaakt dat vanwege ‘diverse praktijkvragen’ de wijziging met een jaar is opgeschort. Deze wordt nu per 2022 van kracht.

Wat is bijtelling?

Werknemers met een auto van de zaak krijgen vanwege het privégebruik van de auto met een bijtelling op het inkomen te maken. Die bedraagt voor nieuwe auto’s in 2021 standaard 22%, voor elektrische auto’s is dit 12% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Over het bedrag daarboven is de bijtelling ook 22%.

Op deze pagina vind je een volledige uitleg over bijtelling, wanneer dit van toepassing is en hoe je de bijtelling berekent.

Meerdere auto’s, meerdere keren bijtelling?

Staan aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking? Dan geldt in beginsel de bijtelling voor iedere auto. Dit is anders als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft. Het aantal auto’s waarvoor bijtelling betaald moet worden, wordt namelijk gekoppeld aan het aantal thuiswonende gezinsleden met een rijbewijs.

Nieuwe regel vanaf 2022: de hoogste bijtelling geldt

De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat als er meerdere auto’s ter beschikking staan en er niet voor iedere auto bijgeteld hoeft te worden, vanaf 2022 de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling geldt. Nu is dat voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Deze wijziging naar de auto met de hoogste bijtelling is van invloed wanneer ook een elektrische auto ter beschikking staat. Die heeft wellicht een hogere cataloguswaarde, maar niet automatisch de hoogste bijtelling omdat deze voor elektrische auto’s lager is. Vanaf 2022 betaalt de werknemer dan dus bijtelling voor de auto met de hoogste bijtelling.

Let op! De wijziging kan ook effect hebben voor auto’s die vóór 2017 vanwege een verminderde CO2-uitstoot nog recht hebben op een lagere bijtelling of nog te maken hebben met de hogere bijtelling van 25%.

Rekenvoorbeeld: wat scheelt deze wijziging nu?

Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s: een elektrische met een cataloguswaarde van € 50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van € 40.000. Als de auto’s dit jaar voor het eerst op kenteken zijn gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto € 40.000 x 12% + € 10.000 x 22% = € 4.800 + € 2.200 = € 7.000. Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling € 40.000 x22% = € 8.800. Door deze wijziging betaalt de werknemer dan € 8.800 -/- € 7.000 = € 1.800 meer aan bijtelling.