In de praktijk komt het veelvuldig voor dat een in Nederland gevestigde bouwonderneming een bouwproject over de grens aanneemt. Daarbij wordt niet altijd voldoende aandacht geschonken aan de fiscale behandeling van het grensoverschrijdende bouwproject. Het kan zo maar zijn dat er omzetbelasting, loonbelasting, maar ook winstbelasting verschuldigd is. Het administratieve gevolg is dat de Nederlandse bouwonderneming zich dan in het buitenland moet laten registreren en aangiften moet indienen.

Omzetbelasting

Een bouwproject is voor de omzetbelasting belastbaar in het land waar de onroerende zaak is gelegen. Wanneer de opdrachtgever bijvoorbeeld een in België gevestigde ondernemer is, dan kan de verleggingsregeling worden toegepast. Hierdoor is de in Nederland gevestigde bouwonderneming geen omzetbelasting in België verschuldigd, maar draagt de opdrachtgever in België uiteindelijk de omzetbelasting af. In de meeste andere gevallen is door de Nederlandse bouwonderneming in België wél omzetbelasting verschuldigd. De Nederlandse bouwonderneming moet zich dan in België registreren en aangifte doen. Dit is onder meer het geval wanneer de Nederlandse bouwonderneming het bouwproject direct voor een particulier verricht. Ofwel wanneer het bouwproject voor een niet in België gevestigde ondernemer wordt verricht, bijvoorbeeld voor een Duitse hoofdaannemer. Met name in het laatste geval blijkt de belastingplicht vaak te laat te worden onderkend, met correcties door de buitenlandse belastingdienst (inclusief boete en belastingrente) als gevolg.

Winstbelasting

Ook voor de winstbelasting (inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting) geldt dat het buitenlandse bouwproject belast kan zijn in het buitenland wanneer er sprake is van een zogenaamde vaste inrichting. België gaat er bijvoorbeeld vanuit dat een bouw- of constructiewerk dat aaneengesloten langer duurt dan 30 dagen als vaste inrichting moet worden aangemerkt. Het gevolg hiervan is dat de toerekenbare winst in België belast kan worden. In het verdrag tussen Nederland en België is echter overeengekomen dat pas sprake is van een vaste inrichting wanneer een bouw- of constructiewerk de duur van twaalf maanden overschrijdt. Op basis hiervan dient België voorkoming van dubbele belasting te verlenen indien het bouwproject tussen de 30 dagen en 12 maanden duurt.

Tip: toets  altijd of sprake is van een vaste inrichting bij een bouwproject over de grens. U kunt dan tijdig aan alle vereiste formaliteiten voldoen en komt achteraf niet voor verrassingen te staan.

Loonbelasting

Wanneer sprake is van een vaste inrichting in het buitenland, dan wordt de Nederlandse bouwonderneming automatisch inhoudingsplichtig in het buitenland voor de werknemers die aan het bouwproject werken. Ook wanneer geen sprake is van een vaste inrichting, dan kan de Nederlandse bouwonderneming inhoudingsplichtig worden voor de loonbelasting in het buitenland. Dit is veelal het geval wanneer Nederlandse werknemers over 12 maanden 183 dagen of meer in het buitenland verblijven.

Overige formaliteiten

Bij het aannemen van werk over de grens kan een Nederlandse bouwonderneming  met nog meer formaliteiten te maken krijgen. Een voorbeeld hiervan is de Limosa-melding, die gedaan moet worden door buitenlanders die tijdelijk in België gaan werken. Daarnaast kunnen werknemers verplicht sociaal verzekerd worden in het werkland, pensioenwijzigingen kunnen van kracht worden en factuurvereisten kunnen verschillen. Bovendien dient er ook naar vergunningen en verzekeringen te worden gekeken en kunnen overige verplichtingen gelden.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur