Op 2 februari 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Dit betekent het definitieve einde van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en kan, met name voor opdrachtgevers, grote gevolgen hebben. Tot 1 mei 2016 kunnen de huidige VAR’s nog worden gebruikt en nieuwe worden aangevraagd.

De DBA wordt ingevoerd ter vervanging van de moeilijk te handhaven VAR. De wet is bedoeld om te kunnen vaststellen of een opdrachtnemer bij zijn opdrachtgever in loondienst is of komt. Om hierover enige zekerheid te krijgen kunnen zij een modelovereenkomst sluiten, waardoor de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer niet wordt bestempeld als een dienstbetrekking. Deze is te raadplegen via de site van de Belastingdienst. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen ook zelf een overeenkomst opstellen en deze voorleggen aan de Belastingdienst, die de overeenkomst zal beoordelen en daarbij zal aangeven of er sprake is van een dienstbetrekking. Met de nieuwe wet zal de opdrachtgever medeverantwoordelijk worden voor het niet laten ontstaan van een dienstbetrekking.

Wij hebben enkele weken geleden bericht over de op handen zijn de stemming in de Eerste Kamer. Omdat deze was uitgesteld naar 2 februari 2016 is de datum waarop de DBA ingaat een maand opgeschoven naar 1 mei 2016. Ook gaat er  een implementatietermijn lopen tot 1 mei 2017. Opdrachtgevers en opdrachtnemers krijgen tot dan de tijd om hun situatie in te richten naar de nieuwe wet. De Belastingdienst geeft hierover voorlichting en zal in deze periode ook niet streng optreden als blijkt dat een opdrachtnemer eigenlijk in loondienst is bij zijn opdrachtgever.