Het is niet ongebruikelijk om uw medewerkers korting te geven op de aanschaf van producten uit uw bedrijf. Deze korting wordt door de fiscus gezien als een secundaire arbeidsvoorwaarde en wordt daarom in beginsel belast als loon. In dit artikel geven wij u een overzicht met de spelregels van deze personeelskortingen.

Werkkostenregeling tot 1 januari 2015

Als u momenteel de werkkostenregeling toepast en u producten uit het eigen bedrijf aan uw werknemers verstrekt, is de waarde die een consument voor het product betaalt loon van uw werknemers. Als u alleen korting geeft aan uw werknemers voor producten uit het eigen bedrijf, dan is alleen de korting loon voor uw werknemers. U mag dit loon in de vrije ruimte opnemen. Het gevolg is echter wel dat dit zwaar drukt op de vrije ruimte. Veel werkgevers zullen daarom de waarde van de aan hun werknemers verstrekte producten of kortingen optellen bij het brutoloon. Wanneer u aan voormalig werknemers (korting op) producten uit het eigen bedrijf verstrekt, moet u dit altijd als eindheffingsloon aanmerken.

Vrije vergoedingen en verstrekkingen tot 1 januari 2015

Wanneer u momenteel de werkkostenregeling nog niet toepast, maar de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen, dan kunt u uw medewerkers onbelast korting geven op producten uit uw bedrijf onder de volgende voorwaarden:

  • De producten zijn niet branchevreemd.
  • U geeft niet meer dan 20% korting per product over de consumentenprijs.
  • U geeft per jaar, per werknemer niet meer dan € 500 (bedrag 2014) korting.

Op het moment dat uw werknemers in de afgelopen twee kalenderjaren voor minder dan € 500 per jaar gebruik hebben gemaakt van de personeelskorting, mogen zij de ongebruikte bedragen bij de vrijstelling van € 500 van het huidige kalenderjaar optellen. Werknemers die in 2012 en 2013 respectievelijk voor € 200 en € 250 geen gebruik hebben gemaakt van de personeelskorting, hebben in 2014 dus een maximale vrijstelling van € 950 (= € 200 + € 250 + € 500) Als het bedrag van de vrijstelling wordt overschreden, moet u het bedrag van de overschrijding bij het brutoloon van die werknemer optellen.

Bovenstaande regeling geldt ook voor korting op producten uit het eigen bedrijf aan gepensioneerde of arbeidsongeschikte werknemers. Wanneer een met uw bedrijf verbonden vennootschap korting geeft, mag ook van deze regeling worden gebruik gemaakt. Het gaat daarbij om de volgende vennootschappen:

  • waarin uw bedrijf voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft;
  • die voor ten minste 1/3 gedeelte belang in uw bedrijf heeft;
  • of waarin een derde bedrijf voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft in een bedrijf dat ten minste 1/3 gedeelte belang heeft in uw bedrijf.

Werkkostenregeling vanaf 1 januari 2015

Vanaf 1 januari 2015 is de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen niet meer van toepassing. Werkgevers zijn daarom massaal van plan om de personeelskorting af te schaffen, omdat deze met de werkkostenregeling een zware belasting van de vrije ruimte met zich meebrengt. De wetgever heeft echter besloten om deze werkgevers tegemoet te komen. Het is nu ook mogelijk om in de werkkostenregeling fiscaal vriendelijke personeelskortingen te geven.

In het Belastingplan 2015 is daarom opgenomen dat voor personeelskortingen nagenoeg dezelfde voorwaarden gehanteerd mogen worden, welke golden onder de regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Het moet dus gaan om kortingen op branche-eigen producten die niet meer bedragen dan 20%, maar niet meer dan € 500 per werknemer per jaar. Het zal vanaf 2015 echter niet meer mogelijk zijn om de niet gebruikte vrijgestelde kortingen van de 2 voorgaande kalenderjaren op te tellen bij de vrijstelling van het lopende kalenderjaar. De ongebruikte bedragen uit 2013 en 2014 zullen in 2015 dus komen te vervallen.

Tip: Als u momenteel de regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen hanteert, kunt u alleen dit jaar nog de ongebruikte kortingen uit 2012 en 2013 gebruiken en dus meer dan € 500 korting geven aan uw werknemers op producten uit het eigen bedrijf.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur