De 30%-regeling wordt per 1 januari 2019 verkort van acht jaar naar vijf jaar. Dit geldt voor zowel nieuwe als bestaande gevallen. Lees hier wat dit betekent en welke maatregelen u kunt treffen.

Wat houdt de 30%-regeling in?

Om buitenlandse werknemers met bijzondere kwaliteiten (specifieke deskundigheid) die schaars zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt naar Nederland te halen, bestaat in Nederland een aantrekkelijke faciliteit: de 30%-regeling. U mag kort gezegd onder voorwaarden forfaitair 30% van het fiscaal loon onbelast vergoeden aan de werknemer die u in het buitenland heeft geworven. Deze onbelaste vergoeding is bedoeld om de extra kosten te dekken van de werknemer door het tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking. Deze kosten worden extraterritoriale kosten genoemd.

Niet iedere buitenlandse werknemer komt in aanmerking voor de 30%-regeling. Voor het aantonen van de specifieke deskundigheid van de werknemer geldt een inkomensnorm, die jaarlijks wordt geïndexeerd. Dit jaar is de norm als volgt:

  • Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een (Nederlandse of gelijkwaardige buitenlandse) mastertitel is het belastbaar jaarloon minimaal € 28.350.
  • Voor overige werknemers is het belastbaar jaarloon minimaal € 37.296.

Let op: de bovengenoemde minimumbedragen zijn exclusief de onbelaste vergoeding in het kader van de 30%-regeling. Een vereenvoudigd voorbeeld hoe de inkomensnorm moet worden berekend vindt u hieronder.

Voorbeeld:

  • Werkgever wil kennismigrant in dienst nemen
  • Bruto loon: € 45.000
  • Auto van de zaak: cataloguswaarde € 50.000, bijtelling 22%.
  • Netto onkostenvergoeding € 100 per maand

Berekening:

  • Bruto loon: € 45.000
  • Bijtelling auto: € 11.000
  • Fiscaal loon vóór toepassing 30%: € 45.000 + € 11.000: € 56.000
  • 30% vergoeding: 30% * € 56.000: € 16.800
  • Fiscaal loon: € 56.000 – € 16.800: € 39.200

Hier voldoet de werknemer aan de inkomensnorm.

Werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, hoeven niet aan een inkomensnorm te voldoen.

Voor de toepassing van de 30%-regeling moeten de werkgever en werknemer een gezamenlijk verzoek bij de Belastingdienst indienen. Als aan alle voorwaarden is voldaan, geeft de Belastingdienst een goedkeurende beschikking af.

Voorgenomen wijzigingen 30%-regeling per 1 januari 2019

Looptijd 30%-regeling

Uit onderzoek is gebleken dat het verkorten van de looptijd van de regeling van acht jaar tot vijf jaar, zorgt voor een hogere doelmatigheid van de regeling. De reden hiervoor is als volgt: in het onderzoek is geconstateerd dat 80% van de werknemers die voor de 30%-regeling in aanmerking komen, niet langer dan vijf jaar gebruikmaken van de regeling. Verder blijkt dat werknemers die langer dan vijf jaar gebruikmaken van de regeling zich meestal langdurig in Nederland vestigen. Het kabinet is van mening dat de regeling daar niet voor is bedoeld. De regeling is namelijk bedoeld als een tegemoetkoming voor de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst van de werknemer.

Opvallend is dat de voorgenomen wijziging van de 30%-regeling ook van invloed is op werknemers die momenteel al gebruik maken van de regeling. In het voorstel is geen sprake van overgangsrecht. Hierdoor is het voor alle werknemers die gebruikmaken van de 30%-regeling noodzakelijk te bepalen wat de resterende looptijd is vanaf 1 januari 2019.

Keuzeregeling partiële buitenlandse belastingplicht

Een werknemer die in Nederland woont en in aanmerking komt voor de 30%-regeling, heeft nog een extra fiscaal voordeel. Deze werknemer kan namelijk kiezen voor partiële buitenlandse belastingplicht. Gevolg van deze keuze is dat de werknemer voor een deel van de inkomstenbelasting wordt beschouwd als een buitenlandse belastingplichtige.

Dit betekent dat het inkomen van de werknemer uit aanmerkelijk belang (box 2) en uit sparen en beleggen (box 3) wordt bepaald volgens de regels die gelden voor een buitenlands belastingplichtige. Hierdoor betaalt deze werknemer bijvoorbeeld geen belasting in Nederland over dividend dat ontvangen wordt van een buitenlandse vennootschap. Ook vermogen dat de werknemer heeft opgebouwd (bijvoorbeeld spaargelden en effectenportefeuilles) blijven buiten de Nederlandse heffing.

Schoolgelden

Nog een voordeel van de 30%-regeling is dat het voor de werkgever ook mogelijk is om extraterritoriale kosten voor schoolgelden belastingvrij te verstrekken aan de werknemer. Het moet daarbij gaan om schoolgeld voor een internationale school of internationale afdeling van een gewone school en is met name bedoeld voor de kinderen van de werknemer die buiten het land van herkomst tewerkgesteld zijn. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de Nederlandse Belastingdienst het verzoek voor toepassing van de 30%-regeling hebben gehonoreerd. Aangezien toepassing van de 30%-regeling vereist is voor het toekennen van een vergoeding voor schoolgelden, wordt ook de mogelijkheid voor de vergoeding van schoolgeld beperkt van acht jaar tot vijf jaar.

English version

Geschreven door:

Belastingadviseur Dirk van Oosterbosch

Dirk van Oosterbosch MSc

Belastingadviseur