In 2020 hebben werkgevers, werknemers en het kabinet een uitgewerkt akkoord bereikt over een nieuw pensioenstelsel. Inmiddels is de conceptwet ‘Wet toekomst pensioenen’ die invulling aan het pensioenakkoord geeft ter consultatie gepubliceerd. Wat houdt het nieuwe (voorgestelde) pensioenstelsel in en wat betekent het voor uw bedrijf? Wij vatten het hier zo goed mogelijk samen.

Waarom een nieuw pensioenstelsel?

De sociale partners, vakbonden en werkgevers, en het kabinet praten al jarenlang over een nieuw pensioenstelsel. De reden daarvoor is dat de arbeidsmarkt verandert (flexibilisering, vergrijzing, meer zzp’ers) en het pensioenstelsel daarop beter moet aansluiten. In 2019 werd al een akkoord op hoofdlijnen gesloten. Vorig jaar hebben sociale partners en het kabinet dit akkoord verder uitgewerkt en dat kwam op 12 juni 2020 rond.

Wat houdt het pensioenakkoord op hoofdlijnen in?

Kern van het nieuwe pensioenstelsel is dat iedereen betaalt voor zijn eigen pensioen. Iedereen zal een zogenaamde beschikbare premieregeling als pensioentoezegging gaan krijgen. Per jaar krijgt iedere werknemer ongeacht de leeftijd een zogeheten flat rate: een vaste beschikbare premie van maximaal 30% van de pensioengrondslag per jaar.

De pensioenuitkeringen zijn verder afhankelijk van het rendement dat met het pensioengeld wordt gemaakt. Onder het nieuwe stelsel bestaan dus geen harde toezeggingen meer over de hoogte van pensioenen. Gaat de beurs omhoog, dan stijgen de pensioenen mee. Gaat de beurs omlaag, dan worden de pensioenen niet geïndexeerd en kunnen ze zelfs dalen. Bij (verplichte) deelname aan een bedrijfstakpensioenregeling zal wel een zogenaamde solidariteitsreserve komen voor de opvang van onverwachte tegenvallers.

Verdere afspraken in het pensioenakkoord

  • De meeste pensioenen worden in ieder geval in 2021 niet verlaagd.
  • De AOW-leeftijd gaat vanaf 2021 minder snel omhoog.
  • Zzp’ers moeten zich (mogelijk vanaf 2024) verplicht gaan verzekeren voor arbeidsongeschiktheid en zij moeten zich makkelijker kunnen aansluiten – of blijven – bij een pensioenfonds.
  • Er worden nieuwe afspraken gemaakt rond het nabestaandenpensioen.

Ook zijn inmiddels aanvullende maatregelen getroffen:

  • Een tegemoetkoming voor zware beroepen in de laatste arbeidsjaren doordat (gedurende de overgangsperiode) de boete bij vroegpensioen verdwijnt.
  • Vanaf 2023 mag je op pensioendatum eenmalig 10% van je pensioenvermogen opnemen.

De pensioenpremies gaat in eigen pensioenpot

Nu betaalt elke werkgever binnen een bedrijfstakpensioenfonds voor elke werknemer dezelfde premie, ongeacht de leeftijd van de werknemer. Dit heet de doorsneepremie. Dit betekent dat jongere werknemers meebetalen aan het pensioen van oudere werknemers. Hun premie kan immers langer renderen. Door de verandering van de arbeidsmarkt (vergrijzing, flexibele arbeidsmarkt en zzp’ers) is dit systeem niet vol te houden. Deze doorsneepremie verdwijnt vermoedelijk vanaf 2022.

Deelnemers aan een bedrijfstakpensioenfonds, waar veruit de meeste werkgevers bij zijn aangesloten, gaan in het nieuwe stelsel daarom een leeftijdsonafhankelijke vaste premie betalen. Iedereen betaalt dan nog steeds dezelfde premie, maar de ingelegde premie gaat in de eigen pensioenpot dankzij het zogeheten flat-ratesysteem. Jongeren bouwen van deze premie meer pensioen op dan ouderen omdat hun geld langer heeft om te renderen. Pensioenfondsen zullen wel collectief blijven beleggen.

Compensatie per bedrijf voor werknemers 35 tot 55 jaar

Voor de groep werknemers van ongeveer 35 tot 55 jaar brengt het nieuwe pensioenstelsel onzekerheid met zich mee. Door de nieuwe premiesystematiek kunnen deze werknemers flinke financiële schade oplopen. In het pensioenakkoord is afgesproken dat deze groep wordt gecompenseerd. In het zogeheten verplichte transitieplan moet per bedrijf en zelfs per leeftijdsgroep duidelijk worden afgesproken op welke wijze en in welk tempo deze compensatie vorm wordt gegeven. Bijvoorbeeld via een extra premie. Aan dit compensatiebudget zijn uiteraard voorwaarden verbonden.

Opbouw bij een verzekeraar

Ook voor werknemers die bij een verzekeraar of PPI-pensioen (Premie Pensioen Instelling) opbouwen (ruim 1 miljoen werknemers), levert een stelselwijziging naar een flat-ratesysteem problemen op. Zij kennen nu vaak een stijgende gestaffelde premie, waarbij naarmate je ouder wordt meer premie betaalt. Hun werkgevers krijgen daarom een uitzonderingspositie. Voor huidige werknemers hoeven zij de regels niet te veranderen, maar voor nieuwe werknemers wel. Dit betekent dat zij dan twee verschillende pensioensystemen naast elkaar gaan hebben. Het is verstandig om tijdig door een gecertificeerd pensioenadviseur te laten onderzoeken of dit onderscheid wel wenselijk en financieel aantrekkelijk is. Een eventuele wijziging moet u tijdig bespreekbaar te maken via een eventuele ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.

Bedenk hierbij dat de doorlooptijd van het gehele traject al snel meerdere jaren kan zijn. Reden hiervan zal onder andere zijn dat alle pensioenregelingen in de komende twee / drie jaren tegen het licht gehouden worden en dat elke pensioenuitvoerder dus zeer vaak om doorrekeningen van de financiële impact worden gevraagd. Daarbij moet de pensioenuitvoerder concrete inhoud gaan geven aan de zorgplicht van de werkgever op dit punt. Voor u als werkgever zal het nieuwe stelsel waarschijnlijk tot hogere pensioenlasten leiden. Een doorrekening laat zien wat dit voor u zal gaan betekenen. Wacht dus niet te lang hiermee!

Wat betekent dit voor uw bedrijf?

Het advies is om vanaf komend jaar zo snel als mogelijk in actie te komen. Bij de overgang van pensioenen naar het nieuwe pensioenstelsel bij verzekeraars moet u als werkgever zich namelijk onder andere voorbereiden op een te treffen compensatieregeling voor uw huidige werknemers. Daarnaast moet u beslissen wanneer u overstapt naar het nieuwe flat-ratesysteem voor uw nieuwe werknemers. Dat moet uiterlijk in 2026.

Let op! Als u een nieuwe werknemer aanneemt, kan dat voor die werknemer nadelig zijn omdat hij dan mogelijk van de oude naar de nieuwe pensioenregeling overstapt of zijn compensatie verliest bij zijn vorige werkgever. Dat is nu ook zo, maar door het nieuwe pensioenstel moet u daar als werkgever extra aandacht voor hebben. Volgens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moeten partijen daar tijdens de onderhandelingen zelf afspraken over maken. Wees daarom (zeker vanaf 2022) alert als u nieuwe werknemers aanneemt!

Is het pensioen van uw werknemers ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds? Dan wordt de voorgaande onderhandeling en besluitvorming centraal opgepakt. Begin 2024 zal het betreffende BPF hebben aangegeven richting hun pensioenuitvoerders welke wijzigingen ze moeten gaan doorvoeren.

Wanneer gaat de Wet toekomst pensioenen in?

Op het consultatievoorstel zijn bijna 800 reacties gekomen. Er zal nog veel van de reacties op het ter consultatie aangeboden conceptwetsvoorstel worden meegenomen in het uiteindelijke wetsvoorstel. De verwachting is dat dit wetsvoorstel dit jaar nog naar de Tweede Kamer gaat. Wellicht schuiven de ingangstermijnen van de verschillende hiervoor aangeduide onderdelen van de nieuwe Pensioenwet nog wel op met bijvoorbeeld een jaar.

Het is de bedoeling dat het nieuwe systeem in 2026 definitief wordt ingevoerd, na het doorlopen van de overgangsperiode die begin 2022 start. Vanaf 2022 kan al begonnen worden met de omvangrijke voorbereidingen op deze overstap.

Geschreven door:

Belastingadviseur Ramon de Jong

mr. Ramon de Jong

Belastingadviseur