In het belastingplan 2016, gepresenteerd tijdens Prinsjesdag 2015, is voorgesteld om de heffing in box 3 aan te passen met ingang van 1 januari 2017. Het doel hiervan is te komen tot een heffing die enerzijds goed uitvoerbaar is en anderzijds als rechtvaardiger wordt ervaren door de belastingbetaler. Gezien de huidige lage rentestanden zit in het laatste punt nu net het probleem.

Als er in het belastingplan voor 2017 geen wetswijzigingen worden voorgesteld voor box 3, gelden per 1 januari 2017 de volgende forfaitaire rendementen voor box 3 vermogen waarover 30% belasting verschuldigd is:

Vermogen tot € 25.000:

  • Forfaitair rendement: Vrijgesteld
  • Heffing over vermogen: 0%

Vermogen € 25.000 – € 100.000

  • Forfaitair rendement: 2,9%
  • Heffing over vermogen: 0,87%

Vermogen € 100.000 – € 1.000.000

  • Forfaitair rendement: 4,7%
  • Heffing over vermogen: 1,41%

Vermogen meer dan € 1.000.000

  • Forfaitair rendement: 5,5%
  • Heffing over vermogen: 1,65%

Vermogen

De gedachte van de wetgever, bij dit progressieve systeem, is dat belastingplichtigen met een hoger vermogen in staat moeten zijn om een hoger rendement te realiseren. Bijvoorbeeld omdat ze kunnen investeren in onroerend goed en effecten. Of dit in de praktijk ook het geval is en of er ook hogere rendementen worden gehaald is niet van belang voor het forfaitaire systeem van heffing. In de ogen van veel belastingplichtigen is een systeem waarbij de daadwerkelijke rendementen worden belast een eerlijker systeem. Dit wordt door de wetgever onderzocht, maar is voorlopig nog niet aan de orde.

Voorbeeld
Stel u hebt geen partner en u hebt in privé een box 3 vermogen van € 500.000. U wilt een bedrag van € 350.000 liquide beschikbaar hebben en dit bedrag staat op een spaarrekening bij een van de grootbanken (rente 0,4%). Daarnaast belegt u € 150.000 in een gespreide effectenportefeuille (rendement na aftrek van kosten stel 3%).

Op grond van de bovenstaande tabel bent u in 2017 ruim € 6.200 aan box 3 belasting verschuldigd. In 2016 was dit circa € 5.700. Een stijging van de box 3 belasting van 8,8%.

Als de te betalen belasting wordt afgezet tegen het rendement ontstaat een opmerkelijke uitkomst. De te betalen belasting in box 3 (ruim € 6.200) is hoger dan het behaalde rendement (€ 5.900). Dit betekent een effectieve belastingheffing over het behaalde rendement van ruim 105%! Uiteraard voelt dit zeer onrechtvaardig.

Voor belastingplichtigen met partner en hetzelfde box 3 vermogen van € 500.000 bedraagt de te betalen box 3 belasting in 2017 ruim € 5.500. De effectieve belastingheffing zakt dan weliswaar naar 93% maar is nog steeds fors.

Uitspraken van de rechter

De laatste jaren zijn diverse arresten gewezen over dergelijke onredelijke uitkomsten van het forfaitaire systeem van box 3. De lijn in de jurisprudentie is, uitzonderingen daargelaten, dat niet zo zeer getoetst moet worden of het forfaitaire rendement in een specifiek jaar is behaald, maar of het rendement over een lange reeks van jaren theoretisch haalbaar was. Indien het volledige vermogen in het voorbeeld was geïnvesteerd in onroerend goed, dan had men het forfaitaire rendement in de praktijk waarschijnlijk wel (ruim) kunnen realiseren. De verwachting is dan ook dat het (nieuwe) box 3 systeem niet via procedures onderuit wordt gehaald.

Boxhoppen

Als het bovenstaande systeem wordt doorgevoerd en u verwacht dat u een laag rendement behaalt in box 3 (bijvoorbeeld op spaarrekeningen), kan u overwogen om vóór 1 januari 2017 (een deel van) het vermogen onder te brengen in box 2. Dit wordt ook wel ‘boxhoppen’ genoemd. Een voorbeeld hiervan is storting van privé vermogen in een B.V. of (onder voorwaarden) in een open fonds voor gemene rekening. De daadwerkelijke rendementen worden dan belast met vennootschapsbelasting en vervolgens bij eventuele uitkering naar privé met 25% box 2 belasting. In het voorbeeld pakt dit als volgt uit:

Bruto rendement: € 5.900
Af: vennootschapsbelasting (stel 20%): -/- € 1.180
Subtotaal: € 4.720
Af: 25% inkomstenbelasting bij uitkering (Box 2): -/- € 1.180
Netto rendement: € 3.540

Effectieve belastingdruk: € 2.360 / 40%

Het belastingvoordeel bedraagt in dit voorbeeld € 3.840 (€ 6.200 -/- € 2.360) per jaar. Bij een verder dalende spaarrente in 2017 wordt dit voordeel nog groter.

Kanttekeningen

Bij het bovenstaande zijn enkele kanttekeningen op zijn plaats:

  • Voordat u actie gaat ondernemen, is het verstandig om eerst de wetsvoorstellen van Prinsjesdag af te wachten. Er kan wetgeving worden aangekondigd om dit ‘boxhoppen’ te voorkomen. Het zou ook kunnen dat de forfaitaire rendementen worden aangepast.
  • Als u nog geen B.V. hebt zijn er kosten gemoeid bij het opzetten en onderhouden van een ‘spaar B.V’. Denk hierbij aan notariële kosten, kosten voor het opstellen van de jaarrekening en aangifte vennootschapsbelasting en wellicht ook bancaire kosten. Als u al een bestaande B.V. heeft waarin kan worden gestort, dan zijn de meerkosten substantieel lager.
  • Bij grote vermogens dient u er bewust van te zijn dat het ‘boxhoppen’ ertoe leidt dat vermogen dat voor de buitenwereld eerst niet zichtbaar was (box 3), na storting wel vindbaar is. U bent verplicht om een jaarrekening te deponeren waarin het vermogen van de vennootschap wordt weergegeven.
  • Een fonds voor gemene rekening hoeft geen jaarrekening te deponeren en ook de opzet- en onderhoudskosten zijn lager. Mogelijk wordt het vermogen van een open fonds voor gemene rekening echter ook zichtbaar voor verschillende partijen in verband met de invoering van een centraal aandeelhoudersregister in 2017.
  • Bij beleggingen kan het jaarlijkse rendement sterk fluctueren. In een jaar waarin u een hoog rendement haalt, kan box 3 juist weer voordeliger zijn dan hoppen naar box 2.
  • Voor belastingplichtigen die op leeftijd zijn, kan een aanvullend voordeel worden behaald met boxhoppen. Een voorbeeld is de eigen bijdrage die verschuldigd is bij opname in een zorginstelling. Deze bijdrage is in belangrijke mate afhankelijk van het aanwezige box 3 vermogen.
  • Naast het hoppen van Box 3 naar Box 2 kan het ook voordelig zijn om te hoppen naar Box 1. Bijvoorbeeld door het uitlenen van spaargeld aan een eigen BV of open fonds tegen een lage zakelijke rente.

Wat zijn de alternatieven?

Hebt u genoeg van de in uw ogen onrechtvaardige box 3 belasting en wilt u goed geadviseerd worden over de diverse alternatieven? Neem dan gerust contact met ons op. Wij maken met u een afspraak na Prinsjesdag en onder het genot van een kopje koffie bespreken we de mogelijkheden. Met onze uitgebreide expertise en ervaring helpen wij u graag verder.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur