Regelmatig krijgen we vragen over de fiscale behandeling van ‘bloot eigendom’ en ‘vruchtgebruik’ van vermogen in box 3. Die vraag is extra actueel door de nieuwe rekenmethodiek voor de AWBZ-bijdrage. Daarom een korte uitleg.

Vorderingen kinderen op langstlevende ouder

Om de langstlevende partner goed verzorgd achter te laten, krijgt de langstlevende doorgaans alle goederen van de nalatenschap. De langstlevende wordt daardoor ‘overbedeeld’. Ter compensatie krijgen de kinderen een vordering op de langstlevende ouder.

Als de kinderen een dergelijke vordering op de langstlevende ouder (renteloos of rentedragend) hebben, dan kan de ouder in box 3 deze schulden niet aftrekken van het vermogen in box 3: dit heet met een moeilijk woord ‘defiscalisering’. Deze regeling geldt – een uitzondering daargelaten – al sinds jaren. De kinderen hoeven de vordering in box 3 niet te vermelden, maar de langstlevende kan deze schuld ook niet aftrekken.

Bloot eigendom en vruchtgebruik

Vanaf 1 januari 2012 geldt de defiscalisering nu ook voor de situaties waarin de langstlevende het vruchtgebruik geniet en de kinderen de bloot eigendom bezitten op grond van een testament. Dit betekent dat de langstlevende de volle eigendom van het vermogen in box 3 moet vermelden: de kinderen hoeven in box 3 niets aan te geven.

Voor de kinderen die een bloot eigendom bezitten dat niet voortvloeit uit een testament blijft de situatie zoals deze was tot en met 2011: de ouder(s) moet(en) in box 3 de waarde van het vruchtgebruik vermelden en de kinderen op hun beurt geven de waarde van de bloot eigendom aan.

Gevolgen

De defiscalisering heeft nu na ingang van de nieuwe rekenmethodiek voor de AWBZ bijdrage wel een negatief gevolg. Het vermogen in box 3 is bij de langstlevende door de defiscalisering hoger dan deze feitelijk is. De langstlevende zal daardoor bij opname in een AWBZ- instelling of bij thuiszorg een hogere bijdrage verschuldigd zijn.

Voor de kinderen kan het een positief effect opleveren; door de defiscalisering is het vermogen in box 3 lager, waardoor eventueel recht kan bestaan op een toeslag.

Geschreven door:

Belastingadviseur Stefanie Thonhauser

mr. Stefanie Thonhauser REP

Belastingadviseur en estate planner