Jan Bergen is wereldberoemd in het Zeeuwse Oost-Souburg en de verre omtrek. Als huisarts, als voormalig lid van de Provinciale Staten voor het CDA en als bestuurslid van een eindeloze reeks zorginstanties. Sinds oktober is hij ook twee dagen in de week medisch manager chronische zorg in het ziekenhuis ADRZ. Een ondernemend type, maar van een KvK-registratie krijgt hij de kriebels.

“Kijk, dat jaren dertig huis in die fotolijst is mijn oude praktijk. In 2008 zijn we met vijf huisartsen het gezondheidscentrum gestart. De eerste samenwerking ondernamen we echter al veel eerder. Vijftien jaar geleden begonnen we met aparte spreekuren door een praktijkondersteuner voor het meten van de bloeddruk en suikerspiegel van patiënten. Voor de meer complexe consulten hielden we meer tijd over. Dat is een grote verandering in onze manier van werken geweest.

Samen met de lokale apotheek zorgen we als huisartsen al jarenlang voor een eenduidig medisch beleid. We hebben hetzelfde automatiseringssysteem, dat werkt ontzettend goed, en we hebben een farmacotherapeutisch overleg. Je kunt elkaar helpen in medisch beleid en samen keuzes maken. Ook zijn we zo als groep aanspreekbaar, dat vinden we belangrijk.

Ondernemerschap in de zin van KvK-registratie en administratie, daar hebben huisartsen niet zo veel mee. We hebben een kostenmaatschap voor de praktijkoverstijgende zaken. In het begin was de kostenmaatschap vrij klein en verrekenden we veel zaken in onze eigen jaarrekening of belasting. Maar als je dingen samenvoegt kun je, zeker in het geval van subsidies en investeringen, samen veel meer bereiken. Elk jaar doen we meer samen.

Marktwerking

We zijn in de zorg steeds meer onderhevig aan marktwerking. Maar dat we het als huisartsen zouden moeten hebben over winstmaximalisatie is natuurlijk een wassen neus. Want de zorgtarieven zijn een volledig dichtgetimmerd systeem dat met de beroepsgroep samen is bepaald. En daar moet je het mee doen. Als je meer werk gaat doen, heb je ook meer handen nodig en die handen worden betaald tegen dezelfde tarieven. Daarbij gaan de kosten vaak voor de baat uit, je moet kunnen investeren. Samen kun je wel meer dan alleen, maar echt ondernemerschap is het natuurlijk niet.

Ondernemerschap in de zorg zit ‘m meer in de samenwerking zoeken. De verbinding kan wel beter hier in Zeeland. De Commissie Toekomstige Zorg Zeeland moest daarvoor zorgen. Daaruit is de Commissie Slenter voortgekomen, die een paar aanbevelingen heeft gedaan. Een daarvan is dat mensen snel naar het ziekenhuis moeten kunnen en ook weer snel naar huis, de zorg dichtbij de mens. Die opdracht hebben ze aan de huisartsenvereniging gegeven.

Ik was vanuit de huisartsen al drie jaar adviseur van de medische staf van het ziekenhuis ADRZ geweest. Ik verwijs ernaar, ik heb de fusie meegemaakt, ik ken het ziekenhuis en de artsen, het is mijn ziekenhuis en ik vind er wat van. Dus toen ik gevraagd werd voor de functie van medisch manager chronische zorg, zei mijn vrouw Margit, met wie ik bijna alles overleg: ‘Leuk, moet je doen!’ Onder chronische zorg vallen ook patiënten die thuiszorg nodig hebben. Mijn taak is om de relatie met de eerste lijn en de V & V sector te versterken en onder andere te zorgen dat patiënten via transfer naar een goede plek gaan, zodat ze niet langer in het ziekenhuis zijn dan nodig, maar wel de juiste zorg krijgen.

Opvolging

Een andere uitdaging is het vinden van een goede opvolger: volgend jaar ga ik met pensioen. Tja, jonge dokters moeten naar Zeeland willen komen en willen blijven. Daarnaast willen veel dokters in deeltijd werken, dus eigenlijk heb ik wel twee opvolgers nodig. Voor veel jonge huisartsen is het misschien een flinke stap om een hele praktijk te dragen, maar de samenwerking die we hier hebben biedt ook veel voordelen. Toen ik in 1972 mijn praktijk begon moest ik zelf een pand kopen, dat hoeft nu gelukkig niet meer!”