Horecaondernemer Morris Fikke met zaken in Etten-Leur en Moerdijk kreeg het in zijn eerste ondernemersjaren zwaar te verduren. Tijdens corona, ja. Maar daarvoor had hij zijn vuurdoop als ondernemer al gehad. Letterlijk, toen een van zijn panden afbrandde. ‘Als je dat hebt meegemaakt, valt een coronacrisis wel mee.’

Morris (27) is een telg uit een Brabantse horecafamilie die drie generaties teruggaat. Samen met zijn zus Gina leidt hij het familiebedrijf, dat zijn ouders in 2018 aan hen overdroegen. Vincents Bistro & Gastrobar, Bed & Boutique en Hotel Café Restaurant Het Witte Paard, alle drie in Etten-Leur, en Hotel Port of Moerdijk. Het Witte Paard werd in 1983 gestart door opa en oma. Morris: ‘Dit jaar vieren we alweer onze 38e verjaardag.’

Ondernemersbloed

Het ondernemersbloed komt er bij Morris en zijn zus al vroeg tot uiting. Morris: ‘Samen zetten we in de ochtenden het terras open: vegen, stoelen van het slot halen, tafels afdoen. Voor 50 cent, haha! Vanaf mijn 12e heb ik eigenlijk altijd in de zaak gewerkt. En op mijn 18e meldde ik me aan voor de hotelschool.’ Morris loopt dan stage bij het high end resort Huka Lodge in Nieuw-Zeeland. ‘Het toppunt van gastvrijheid. Als een gast zei dat hij wilde vissen, dan regelden we dat. En de vangst werd ’s avonds door onze kok klaargemaakt. Geweldig! Maar zelf kies ik voor een laagdrempeliger concept. Ik woon al heel mijn leven in Etten-Leur. Mijn familie en ons bedrijf zijn onderdeel van deze stad en dat moet zo blijven.’

Goede balans met nieuw concept

En dus keert Morris terug naar Etten-Leur. Hij helpt zijn vader met de restyling van Vincents. ‘Vroeger was het alleen een gastro bar met spare ribs, hamburgers en goede biefstuk. We draaiden met vijf koks 120 couverts op een zaterdag, maar doordeweeks hadden we maar twee koks nodig. We kregen er geen goede balans in. Toen bedachten we een twee-in-één concept: een gastro bar aan de ene kant en een luxe bistro aan de andere. In totaal hebben we 80 couverts, wat we met 3 goede koks prima aankunnen. En onze gasten zijn nog steeds ontzettend tevreden.’

Eigen zaak

In 2018 starten Morris en Gina met hun ouders de Hoge Neer, met een pannenkoekenhuis, feestzaal en luxe restaurant. ‘Later zijn mijn ouders daaruit gestapt en zijn mijn zusje en ik de zaak zelfstandig gaan draaien. De feestzaal was de economische motor, het pannenkoekenhuis een leuk extraatje in de zomer, en voor het restaurant hadden we een lange termijnvisie. Dat werkte goed. Maar toen wist ik nog niet dat het een leerschool werd waarmee ik 10 jaar ondernemerservaring in 3 jaar tijd kreeg.’

 

Moris Fikke horecaondernemer Het Witte Paard Ondernemen tijdens de coronacrisis

 

Brand! Wat nu?

Want een jaar later breekt er brand uit. ‘De feestzaal met rieten dak brandde helemaal af. Ik ging met mijn hoofd door de mallemolen. Toen het pand nog lag te smeulen moest ik al beginnen met het oplossen van alle problemen: mijn verhaal doen bij de brandweer, verklaringen afgeven aan de politie en in onderhandeling met de verzekeraars over de verzekerde sommen. Maar we waren een nieuw bedrijf.  Dan kun je nog geen boekjaren aan omzet laten zien. Maar alles wat we konden aantonen heeft onze accountant Marco Kemmeren van Moore DRV aangeleverd. We besloten door te gaan met het restaurant en het pannenkoekenhuis. Maar dat werkte niet. En toen kwam ook nog eens de coronacrisis. Uiteindelijk hebben we een mooie kans gehad om alles te verkopen.’

Overleven in coronatijd

Door de coronacrisis kwam het familiebedrijf financieel in nog zwaarder weer te zitten. Morris voert verschillende gesprekken met zijn accountant en fiscalist van Moore DRV over de diverse steunmaatregelen en oplossingsrichtingen om de crisis door te komen. ‘Moore DRV heeft ons vaak geholpen, want je moet heel veel cijfers aanleveren om coronasteun te ontvangen. En je moet alles heel goed in de gaten houden: wat mag er wel en wat niet? Hoe bereken je de loonsom? Wat als medewerkers weggaan? Hoe dien je een aanvraag goed in? En op een gegeven moment moet je alle steun terug gaan betalen. Daar moet je een balans in houden. En dat check je dan gewoon met DRV. Want we wilden uit de subsidie halen wat erin zat, maar wel binnen de regels.’

En uiteraard ging Morris ook met de familie om de tafel zitten. Want wat kun je als ondernemer ondanks de maatregelen wél doen? ‘We hebben bezorging gedaan, maar dat was geen succes. Na overleg met andere ondernemers zijn we ons personeel en dat van andere bedrijven gaan detacheren. Zo hebben we afspraken gemaakt met zorginstellingen die mensen nodig hadden. Dat is onze redding geweest. En Hotel Port of Moerdijk, ons eensterrenhotel waar we lange contracten hebben voor het verblijf van logistiek medewerkers, was een vaste bron van inkomsten waar we heel blij mee waren.’

Het bedrijf weer opbouwen

Morris en Gina grepen de coronacrisis aan om hun bedrijf weer goed op te bouwen. ‘We hebben alles weer spik en span gemaakt en in de kosten gesneden, alles van abonnementen tot aan personeel. Werknemers die al twijfelden aan de horeca hebben ervoor gekozen om er helemaal uit te stappen. Dat is goed geweest. Daardoor hebben we als organisatie in een keer kunnen doorvoeren waar we oorspronkelijk vijf jaar over wilden doen. En we hebben gekozen voor een ander beleid. We zijn maar vijf dagen open, met Kerst zijn we dicht en in de zomer is iedereen twee weken vrij. Dat loont ontzettend, omdat mensen bij ons willen werken. Wij hebben geen tekorten en dat komt niet veel voor in de horeca.’

 


Mogelijk ook interessant voor u:
Webinar: Terugbetalen, liquiditeit en financieren na de horecasluiting


 

Verhalencultuur

Met een nieuw team, een nieuwe geest waar mensen veel eigen verantwoordelijkheid krijgen en een ‘verhalencultuur’ is het familiebedrijf weer goed op weg. Morris verwoordt het zo: ‘We bieden niet alleen een mooi restaurant waar mensen lekker kunnen eten; er moet ook iets te beleven zijn! Wij serveren niet alleen een biefstuk of pilsje, maar ook beleving, een praatje aan de bar of de juiste sfeer tijdens een luxe diner met je nieuwe partner. Die verhalen verbinden ons met onze gasten.’

Een zonnige toekomst

De toekomst ziet Morris ondanks alles weer zonnig tegemoet. ‘Het zijn drie zware jaren geweest. Sinds de brand in de Hoge Neer heb ik niet meer zoveel stress gehad. Dat was letterlijk de vuurdoop. Je raakt je bedrijf kwijt, je ziet niet meer hoe je het weer gaat opbouwen. Maar daardoor kan ik nu zeggen: wat is het ergste wat er kan gebeuren? Het kan afbranden. En ook dat overleven we. En inmiddels durf ik alweer te dromen over een nieuw horecaconcept in de buurt.’