Na alle berichtgeving de afgelopen dagen in de media en gesprekken achter gesloten deuren met diverse oppositiepartijen, heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën in hoofdlijnen bekend gemaakt hoe het kabinet de belastingherziening wil vormgeven. Met een forse lastenverlaging op arbeid van jaarlijks € 5 miljard gaan werkende huishoudens gemiddeld € 800 per jaar minder inkomstenbelasting betalen. Dit bedrag zou kunnen oplopen naar € 2.000 per jaar afhankelijk van het uiteindelijk gekozen pakket aan maatregelen.

Door het behalen van de rijksbegroting is er zicht op lastenverlichting en het kabinet wil daarom de lasten op arbeid fors verlagen. In hoofdlijnen stelt het kabinet de volgende combinatie aan maatregelen voor:

  • een impuls in de inkomensafhankelijke combinatiekorting en een verhoging van de kinderopvangtoeslag;
  • extra loonkostenvoordeel voor werkgevers die mensen met lage inkomens aannemen;
  • meer arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer € 50.000;
  • verlaging van de inkomstenbelastingtarieven in de tweede en de derde schijf met circa 2%-punt;
  • verhoging van de inkomensgrens voor het toptarief van 52%;
  • een volledige afbouw van de algemene heffingskorting.

Naast deze maatregelen wil het kabinet ook box 3 hervormen. Het tarief van 30% blijft ongewijzigd, maar er is een alternatief voor het forfaitaire rendement van 4%. Het kabinet denkt aan een forfaitair rendement per vermogenstitel, zoals spaarsaldo, aandelenportefeuille en onroerend goed.

Keuzemaatregelen

Om de lasten op arbeid nog verder te verlagen, de economische groei te bevorderen en het belastingstelsel te vereenvoudigen, zijn er meer maatregelen mogelijk. Werkende huishoudens zouden dan gemiddeld tot € 2.000 per jaar minder inkomstenbelasting betalen. Het kabinet noemt enkele maatregelen, maar daar moet wel voldoende draagvlak voor zijn. Te denken valt aan:

  • één btw-tarief met uitzondering van het btw-tarief van 6% voor voedingsmiddelen;
  • een meer gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen (met de opbrengst kan het vennootschapsbelastingtarief omlaag);
  • verdere vergroening;
  • en verruiming van het gemeentelijk belastinggebied.

Het zijn nog voorstellen die uitgewerkt en besproken moeten worden in de Tweede Kamer. De plannen kunnen dus nog wijzigen. Vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte!