Zware bewijslast voor fiscus bij werkkostenregeling

Artikel
Zware bewijslast voor fiscus bij werkkostenregeling

Zware bewijslast voor fiscus bij werkkostenregeling

Artikel

Expertise: Belastingadvies
Onderwerp: Werkkostenregeling
Laatste update: 15 augustus 2019
Gepubliceerd: 15 augustus 2019

Volgens de werkkostenregeling (WKR) kunnen vergoedingen en verstrekkingen van een werkgever aan werknemers onder voorwaarden belastingvrij worden uitgekeerd. Voorwaarden zijn dat de vergoedingen en verstrekkingen vallen in de vrije ruimte en 'gebruikelijk' moeten zijn.

De inspecteur moet hard kunnen maken dat een vergoeding of verstrekking niet gebruikelijk is, als hij stelt dat de werkkostenregeling niet toegepast mag worden. Dit stelt de Hoge Raad in een recent arrest.

Werkkostenregeling

Volgens de WKR kunnen vergoedingen en verstrekkingen aan de werknemer belastingvrij worden gegeven. Vergoedingen en verstrekkingen die in omvang niet uitgaan boven een bedrag van 1,2% van de loonsom van het betreffende bedrijf, blijven ook voor de werkgever belastingvrij.

Let op! Bij overschrijding van de grens van 1,2% van de loonsom betaalt de werkgever 80% belasting via de eindheffing.

Gebruikelijkheidstoets

Vergoedingen en verstrekkingen die in de vrije ruimte van de WKR worden ondergebracht, moeten ook voldoen aan de zogenaamde gebruikelijkheidstoets. Dit wil zeggen dat de vergoedingen en verstrekkingen niet meer dan 30% mogen afwijken van die in soortgelijke situaties.

Hoge Raad: zware bewijslast gebruikelijkheidstoets

In een recent arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat bij de gebruikelijkheidstoets een zware bewijslast voor de fiscus hoort. De bewijslast dat een vergoeding of verstrekking de gebruikelijkheidstoets niet kan doorstaan, ligt bij de inspecteur.

In de betreffende zaak had een bv voor enkele tonnen aan aandelen uitgekeerd aan een aantal groepsraadsleden. Hierop was de WKR toegepast en de bv had zo'n drie-en-een-halve ton aan eindheffing afgedragen.

De inspecteur stelde dat een dermate omvangrijke toedeling van aandelen de gebruikelijkheidstoets niet kon doorstaan en had loonbelasting nageheven, waarbij de WKR achterwege was gelaten. De inspecteur had de ongebruikelijkheid echter niet aannemelijk gemaakt.

Doelmatigheidtoets

De inspecteur had nog aangedragen dat het bedrag van de aandelen vele malen groter was dan het bedrag van de door de fiscus gehanteerde doelmatigheidstoets van € 2.400. Bij beloningen tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de fiscus ervan uit dat aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan. Dit betekent volgens de Hoge Raad echter niet automatisch dat bij hogere bedragen niet aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan.

Gerechtshof moet uitspraak doen

De zaak is terugverwezen naar gerechtshof Den Haag. Het hof moet inhoudelijk beslissen over de vraag of de aandelen wel of niet de gebruikelijkheidstoets kunnen doorstaan.

Wanneer het gerechtshof over deze casus uitspraak heeft gedaan, wordt de reikwijdte van de WKR voor de praktijk verder verduidelijkt.

Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen in deze zaak. Heeft u in de tussentijd vragen, neem dan contact met ons op.