Hoe zit het precies met belasting als het gaat om fooien, het nuttigen van maaltijden en consumpties door het personeel onder werktijd, etc.? U leest er meer over in dit artikel. Daarnaast besteden we aandacht aan een aantal andere zaken, waaronder het lage-inkomensvoordeel en de verplichting om een gedeelte van het salaris giraal uit te betalen.

Fooien

Er zijn fiscale spelregels inzake fooien. Deze regels houden in dat fooien vallen onder het begrip ‘loon’. De werkgever is daarom in principe verplicht over het bedrag van de fooien loonbelasting en premies in te houden. Het probleem is echter dat een werkgever geen zicht heeft op de hoogte van de fooien. Deze worden immers vaak rechtstreeks betaald aan het personeel, zonder tussenkomst van de werkgever. De werkgever volledig aan zijn inhoudingsplicht houden, zou een te zware administratieve last met zich brengen. Om deze reden hoeft in de loonbelasting in beginsel geen rekening gehouden te worden met fooien en dergelijke.

Hoofdregel fooien

In de praktijk is het meestal zo dat bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst door werkgever en werknemer expliciet rekening wordt gehouden met het feit dat de werknemer fooien zal ontvangen. Wanneer partijen vervolgens afspreken dat de werknemer fooien mag houden, dus dat het te verdienen loon wordt vastgesteld op een bepaald bedrag, uitgaande van de veronderstelde te ontvangen fooien, behoren fooien wél tot het loon. De werkgever houdt wel loonbelasting en premies in over de fooien. Zijn geen afspraken gemaakt over fooien, dan moet de werknemer de ontvangen fooien aangeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. Dit ligt buiten de verantwoordelijkheid van de werkgever.

Uitzondering horeca

In de wetgeving is een regel opgenomen specifiek voor horecapersoneel en die houdt in dat werknemers geacht worden fooien te genieten tot een bedrag ter grootte van het verschil tussen het daadwerkelijk betaalde loon en loon waarop de werknemer recht heeft. Dit verschil is vervolgens wél belastbaar voor loonheffing en premies. Als de werkgever in overeenstemming met de werknemer het bedrag aan fooien op een hoger bedrag schat, wordt van dat geschatte hogere bedrag uitgegaan.

Maaltijden- en consumptieverstrekking

Bij het verstrekken van maaltijden aan personeel is het belangrijk om met een aantal fiscale zaken rekening te houden. Een maaltijd mag namelijk onbelast worden verstrekt als er sprake is van ‘meer dan bijkomstig belang’. Dit is bijvoorbeeld het geval als de medewerker niet in staat is om op een ‘normaal’ tijdstip te eten, omdat sprake is van overwerk, koopavonden of een dienstreis. Als normaal tijdstip wordt beschouwd: een tijdstip tussen 17:00u en 20:00u. Werknemers in de horeca zullen vaak niet in de gelegenheid zijn op dit tijdstip te eten, omdat zij dan aan het werk zijn. Als dit het geval is, is de maaltijd “van meer dan bijkomstig belang” en kan de maaltijd onbelast worden verstrekt.

Is het zakelijke karakter van de maaltijd van bijkomstig belang, dan behoort de maaltijd tot het loon en is deze dus belast. De waarde van de maaltijd wordt bepaald op een door de Belastingdienst vastgesteld normbedrag van € 3,30 (2017) per maaltijd.

Consumpties (niet zijnde maaltijden)

In de meeste gevallen zal een werkgever ook drinken en kleine consumpties aan een werknemer verstrekken. Bij kleine consumpties kan gedacht worden aan koffie, thee, gebak, fruit, etc. Indien dergelijke consumpties op de werkplek worden verstrekt, zijn deze onbelast.

Lage- inkomensvoordeel (“LIV”)

Met ingang van 1 januari 2017 kunnen werkgevers een tegemoetkoming krijgen voor werknemers met een laag inkomen. Als een laag inkomen wordt beschouwd: een inkomen van gemiddeld tussen 100% en 125% van het wettelijk minimumloon. Het voordeel wordt het lage-inkomensvoordeel genoemd. De hoogte van het voordeel kan oplopen tot maximaal € 2.000 per werknemer per jaar.

De hoogte van het voordeel is afhankelijk van het aantal verloonde uren en het gemiddeld uurloon van de werknemer. Verloonde uren zijn uren waarover de werkgever loon betaalt, zoals contracturen en uitbetaalde extra uren. Hier vallen niet- gewerkte onbetaalde uren en wel gewerkte, maar onbetaalde uren zoals overwerkuren, adv- uren, verlofuren dus niet onder.

Een werkgever hoeft geen aanvraag in te dienen om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming. De tegemoetkoming over 2017 wordt in 2018 automatisch uitbetaald indien aan de voorwaarden wordt voldaan.

Formaliteiten – identiteitsbewijs

Bij indiensttreding van een werknemer moet een werkgever aan enkele formaliteiten voldoen. Eén daarvan is het bewaren van een identiteitsbewijs (niet zijnde een rijbewijs) van de werknemer in de administratie. In de praktijk gebeurt het dat werkgevers een nieuw identiteitsbewijs opvragen bij de werknemer indien het oorspronkelijk afgegeven identiteitsbewijs is verlopen. Dit is niet noodzakelijk. Sterker nog, in de administratie dient het bij aanvang van de dienstbetrekking geldige identiteitsbewijs te worden (en blijven) opgenomen.

Uitstapje Wet Aanpak Schijnconstructies – giraal uitbetalen salaris

In deze Wet Aanpak Schijnconstructies zijn diverse maatregelen opgenomen om schijnconstructies van werkgevers tegen te gaan.

Met ingang van 1 januari 2016 is een onderdeel van de Wet Aanpak Schijnconstructies in werking getreden. Dit betreft de verplichting om het salarisgedeelte gelijk aan het wettelijk minimumloon giraal uit te betalen. Het is derhalve niet meer toegestaan het salaris volledig contant uit te betalen.

Conclusie

Een horecaondernemer met personeel heeft met verschillende regels te maken. Toepassing hiervan kan gecompliceerd zijn. Wij zijn u natuurlijk graag van dienst als u vragen heeft.

Geschreven door:

Accountant Martin Witt

drs. Martin Witt RA

Partner en accountant