Tot nu toe zijn rechters altijd terughoudend geweest bij het ingrijpen in de belastingheffing van box 3. “Gewonnen” rechtszaken leidde daarom nooit tot belastingteruggaven. De taak om de wet aan te passen ligt bij de wetgever en niet de rechter. Dit keer geeft de advocaat-generaal (AG) een belangwekkend advies waarin deze trend wordt doorbroken. De AG Niessen adviseert de Hoge Raad de vermogensmix niet meer toe te passen. Als de Hoge Raad dit advies overneemt, krijgen spaarders die bezwaar hebben aangetekend tegen deze belastingheffing dan recht op een belastingteruggave. In dit artikel leest u hier meer over.

De huidige regels van box 3

Belastingplichtigen worden in box 3 niet op basis van de werkelijke inkomsten uit hun vermogen belast. In plaats daarvan wordt op basis van een tweetal ficties dit belastbare inkomen bepaald.

  1. De veronderstelde vermogensmix.

    Wie een klein vermogen heeft, wordt verondersteld dit voor twee derde gedeelte te sparen en voor een derde te beleggen in overig vermogen. Naar mate het vermogen stijgt, verandert de veronderstelde vermogensmix.

  2. De veronderstelde rendementen per soort vermogen.

    Voor spaargeld en het overige vermogen wordt jaarlijks een gemiddeld rendementscijfer vastgesteld op basis van gegevens uit voorafgaande jaren. Het cijfer voor spaargeld is steeds relatief laag en dat voor overige vermogen relatief hoog.

Vooral bij spaarders leidt deze veronderstelde vermogensmix in de praktijk tot een veel hoger forfaitair belastbaar inkomen dan de werkelijke inkomsten.

Het advies: de Hoge Raad moet gaan ingrijpen

Volgens de advocaat-generaal houdt de bepaling van het belastbaar inkomen in box 3 geen rekening met de eigen keuze van de belastingplichtige voor de belegging van zijn vermogen. Daardoor ontbreekt op dit punt een verband tussen de heffingsgrondslag en het inkomen van de individuele belastingplichtige en heeft de vermogensmix een discriminerende werking. Daarom concludeert de advocaat-generaal dat de vermogensmix van box 3 van de inkomstenbelasting op stelstelniveau in strijd is met het recht van eigendom en het gelijkheidsbeginsel in het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Bepalingen die in strijd zijn met het EVRM mogen op basis van de Nederlandse Grondwet niet worden toegepast. Hierdoor stelt de advocaat-generaal vast dat de vermogensmix buiten werking moet worden gesteld. Voor het overige, zoals de veronderstelde rendementen voor de twee soorten van vermogen, kan de regeling wel worden toegepast.

Wat betekent dit advies

De advocaat-generaal geeft dit advies in een zaak in de zogeheten ‘massaal bezwaar’-procedure over box 3. De massaal bezwaar-procedure betekent dat de rechtsvraag wordt voorgelegd en uitgeprocedeerd tot en met de Hoge Raad. Als deze uitspraak onherroepelijk vaststaat, zal de Belastingdienst een collectieve uitspraak doen op alle bezwaren die meedoen met de massaal bezwaar-procedure.

Het advies van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad bepaalt zelf of zij dit advies gaan opvolgen. Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet. Volgt de Hoge Raad dit advies op, dan zal zowel het werkelijke spaargeld als het werkelijke overige vermogen worden belast op basis van het in de wet vastgestelde en veronderstelde rendement. Spaarders die meedoen aan de massaal bezwaar-procedure krijgen dan recht op een belastingteruggave.

 

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur