Ondernemen uit idealisme: 'Winst maken is niet nodig'

Artikel
Zorgondernemer Stichting inzet Zorg

Ondernemen uit idealisme: 'Winst maken is niet nodig'

Artikel

Expertise: Zorg & Welzijn
Laatste update: 17 juli 2019
Gepubliceerd: 17 juli 2019

De zorgvrager terug de regie geven. Dat is het doel van Martijntje van Diesen-Arends met haar Stichting Inzet voor Zorg. Ze maakt dat in Zuidwest-Nederland mogelijk door kleine zorgondernemers te koppelen aan cliënten die daar specifiek bij de gemeente om hebben gevraagd. Winst maken vindt ze niet nodig. Sterker nog: het liefst maakt ze haar eigen organisatie zo snel mogelijk overbodig.

Van Diesen-Arends richtte Inzet voor Zorg op in 2012. Net voor de jeugdzorg en de zorg aan ouderen en langdurig zieken in 2015 van het Rijk werd overgedragen aan de gemeenten. ‘Met die transitie in het vooruitzicht ben ik met verschillende gemeenten om tafel gegaan. Ik wilde ze ervan overtuigen dat het niet alleen belangrijk was om continuïteit van de zorg na te streven, maar ook om de keuzevrijheid bij de cliënt te waarborgen’, vertelt de bestuurder.

Dat deed ze met succes. Inmiddels heeft haar stichting contracten met ruim zeventig gemeentes in heel Zeeland, West-Brabant en het Hart van Brabant en mag Inzet voor Zorg in al deze regio’s zorg verlenen op het gebied van Wmo en jeugdzorg. Dat gebeurt direct met een handjevol medewerkers, maar vooral indirect met de zogenoemde ‘onderaannemers’. Dit zijn zelfstandig zorgaanbieders voor wie Inzet voor Zorg een belangrijke tussenschakel vormt, omdat zij onder het contract van de stichting ingeschakeld kunnen worden door de gemeenten.

‘Zorg op basis van vertrouwen’

Die kleinschalige zorg is volgens Van Diesen-Arends belangrijk om de cliënt de noodzakelijke keuze te kunnen bieden. ‘Als je ziek bent, of er is iets aan de hand binnen het gezin en je hebt daarbij ondersteuning nodig, moet je zelf de regie over de situatie kunnen houden. Het is niet niks als iemand zich in je privézaken mengt. Dat moet gebeuren op basis van vertrouwen. En door zelf je zorgverlener te kiezen, werk je dat in de hand’, legt Van Diesen-Arends uit.

‘Stel een moeder heeft een kind waar iets mee is. Dan heb je in het huidige stelsel twee keuzes: of je gaat naar de huisarts, of je gaat naar de jeugdprofessional van de gemeente. Die gaan na waar het probleem zit: bij het kind zelf, of bij de gezinssituatie? Is er hulp nodig om tot een oplossing te komen, dan worden de gecontracteerde aanbieders in de jeugdzorg benaderd.’

‘Betere resultaten door keuzevrijheid’

Stichting Inzet Voor Zorg zorgt er dan voor dat de moeder kan kiezen met welke jeugdwerker zij in zee wilt gaan. ‘Bijvoorbeeld met iemand over wie ze goede verhalen heeft gehoord van een andere moeder. Ze geeft haar voorkeur door aan de gemeente en die neemt contact op met ons. Als de zelfstandig zorgverlener door onze kwaliteitstoetsing is gekomen, dan kan hij of zij - via ons contract met de gemeente - de zorg gaan leveren.’

Deze manier van werken is volgens Van Diesen-Arends effectiever dan het automatisch toewijzen van zorg. ‘Als cliënt blijf je zelf onderdeel van het probleem én van de oplossing. Je bent er actief bij betrokken en in combinatie met het vertrouwen in de zorgaanbieder, draagt dat bij aan een beter eindresultaat. Ik dénk zelfs dat keuze in kleinschalige zorg zo kan helpen bij het drukken van de kosten in de hele sector.’

Organisatie zonder winstoogmerk

Dat die kosten volgens de bestuurder laag mogen blijven, blijkt ook uit haar keuze voor een stichting. ‘Ik heb er bewust voor gekozen om een organisatievorm te kiezen zonder winstoogmerk. Geld dat van de zorg is, gaat terug naar de zorg. We hebben met zijn allen de maatschappelijke opdracht gekregen om voor elkaar te zorgen en dat is wat wij doen. Met het doel om in de keuzevrijheid van de burgers te faciliteren.’

Haar missie is eigenlijk pas geslaagd als Stichting Inzet voor Zorg overbodig is. ‘Ik hoop dat er een landschap komt in de zorg, waarin de regie volledig wordt teruggelegd bij de burger. Dat zorgbehoevenden direct kunnen zeggen: ik wil die zorgverlener en dat het beschikbare budget van de gemeente daar dan ook rechtstreeks naartoe gaat.’

Verplichtingen zorgondernemers versimpelen

Daar zijn de regelgeving, de wetgeving en het toezicht nu te ingewikkeld voor, vindt Van Diesen-Arends. Ze probeert het de zzp’ers en kleine ondernemers in de zorg makkelijker te maken om aan al hun verplichtingen te kunnen voldoen, door onder andere te helpen aan de ontwikkeling van Dinz-web. Een centraal systeem voor kleinschalige zorgleveranciers waarin alle communicatie met de gemeente en de stichting wordt vastgelegd. En waar de zorgaanvragen direct gekoppeld worden aan de bijbehorende facturen en declaraties.

De software is ontwikkeld door een externe partij. Maar Van Diesen-Arends helpt het te optimaliseren door verbeterpunten vanuit de praktijk door te geven en door zorgondernemers te trainen om met het systeem te werken. ‘Het is prijstechnisch heel interessant voor de zelfstandige zorgverleners en het levert veel tijdwinst op als we het allemaal gebruiken. Bovendien zorgt het ervoor dat alles wat op de achtergrond gebeurt transparanter is.’

Accountantsverklaring ter controle

Aan die transparantie levert ook DRV een bijdrage, door de verplichte accountantsverklaring af te geven aan de gemeenten waar Inzet voor Zorg mee werkt. ‘DRV gaat van ieder zakje geld na of dat inderdaad aan die ene cliënt is uitgegeven om te helpen bij de specifieke zorgaanvraag binnen de bepaalde periode. Als alles klopt geven zij de verklaring af die wij nodig hebben’, legt Van Diesen-Arends uit.